|
||||
|
Het geloof in de pen Ik knipperde drie keer langzaam. Toen slikte ik. Toen keek ik omhoog. Waarschijnlijk zag ik langzaam knipperende kerstverlichting die nog niet was opgeruimd. En toen schopte ik mezelf zachtjes terwijl ik: ‘Foei, foei, foei’, zei. Ik was mijn pen vergeten. Nee, dat is in principe helemaal niet erg. Ik heb nog drie andere pennen in mijn tas en ik had ook nog een pen kunnen lenen maar het gaat hier om rotsvast, ouderwets bijgeloof. Meer acteurs hebben hier last van. Ze moeten altijd een bepaald iets doen of juist niet doen want anders gaat er iets gruwelijk mis. Ik ken regisseurs die niet bij hun eigen première komen omdat ze bang zijn dat dat ongeluk brengt. Of acteurs die altijd een bepaald lied moeten zingen om boze geesten op het toneel te bezweren. Zo heb ik mijn pen. Mijn pen is in het leven geroepen na mijn meest ongelukkige theatermoment tot nu toe. Ik speelde een locatievoorstelling op een enorm vlot. Met een hoofdrolspeler die niet kon zwemmen. Tijdens de première hoorde ik tijdens mijn eerste scène een enorme plons en daarna een poosje niets. Ik weet niet hoe ik toen keek maar ik denk dat ik wit weg trok. De hoofdrolspeler lag in het water. Hij kwam er gelukkig ook weer uit. Maar hij kon niet meer verder spelen. Het was een chaos. |


