|
||||
|
In de vroege winter van 2007 –zelf was ik net begonnen met de repetities van ‘the Crucible’, ging ik naar de voorstelling Phaedra’s Love van Sarah Kane, regie Susanne Kennedy. Een jonge en volgens vele monden beloftevolle regisseur, aangetrokken door onze directie om het NT van een nieuwe –uit een andere hoek waaiende, wind te voorzien. Furieus verliet ik het theater, waarom kon ik op dat moment nog niet zeggen, maar het is iets dat me lang heeft bezig gehouden. Natuurlijk is Sarah Kane’s stuk een aanklacht tegen iedere vorm van hoop, stuit het je vanzelf –alleen al met woorden, tegen de borst maar het was door de jonge regisseur dusdanig ten tonele gebracht dat het effect talloze malen groter werd. Deze Kennedy moest wel een duistere en humorloze inborst hebben. Daarna zag ik nog een aantal andere voorstellingen van haar waaronder een hilarische Hedda en een werkelijk zuigende [en dat bedoel ik positief] Parasieten –haar beste voorstelling tot nu toe als je het mij vraagt, en ik begon haar stijl steeds meer te waarderen. Stijl? Het goeie aan Susanne is dat ze ergens voor staat, keuzes maakt en die heel helder over weet te brengen, zowel aan haar spelers als aan het publiek. Je kan daar iets van vinden, MOET daar iets van vinden maar verlaat in ieder geval nooit het theater met het gevoel dat je zomaar een ‘leuke avond’ gehad hebt. Binnen het groeiende genoegen dat ik beleefde om naar haar voorstellingen te kijken onstond zeker ook het verlangen om ‘ns met haar te kunnen werken, hoe dat zou zijn. Ik denk dat we allebei het idee hadden –tot voor kort durf ik te zeggen, dat we aan de beide uitersten van het theatrale spectrum zouden staan. Nu is het zover, zijn we inmiddels ‘nose-deep’ in de repetities van THE NEW ELECTRIC BALROOM van Enda Walsh en ik was eerlijk gezegd al na een dag of twee verkocht, helemaal ingepalmd door deze –in mijn zeer foutieve, ogen humorloze duitser; Susanne is helder, geestig, geeft vertrouwen en maakt keuzes. De repetities zijn een waar genot, geven me inspiratie en spelvreugde en maken dat ik voor mezelf weer begrijp waarom ik ooit besloten heb aan de andere kant van die stoelen te willen staan. Wordt het een goeie voorstelling? Als het plezier in de repetitie een graad-meter zou zijn voor het komende resultaat dan zou ik zeggen dat we binnen de korste keren op het TF staan maar we moeten zeker waken dat onze eigen enorme lol met deze zwarte komedie ons niet doet indoezelen. Ik zou zeggen: kom vooral kijken naar wat de eerste Susanne Kennedy komedie gaat worden. Een komedie? Van Wie? Een duitse? Hebben die humor dan? ‘k Beloof vanaf nu nooit meer vooroordelen te hebben. Jochum ten Haaf. |


