|
|
|
In de loop van vijf dagen bezoeken we een aantal ijkpunten in Pasolini’s leven; onder meer zijn ouderlijk huis, sterfplek en graf, naast moeder Susanna. We rijden naar Casarsa, vlakbij Trieste, waar zijn familiehuis is omgebouwd tot een soort museum. “ Studiecentrum” is de term die eraan gegeven is, en blijkbaar loopt het goed. De vriendelijke dames die het centrum runnen vertellen dat het veel Pasolini -geinteresseerden aantrekt, van filmstudenten tot toeristen. We drinken wat in de bar om de hoek – die sejours moet wel op, natuurlijk – en bij elke stap die je zet, verschuiven je gedachten zich naar die man die vijftig, zestig jaar geleden hier zijn dagen doorbracht, vol van verlangens, anderhalf boek per dag lezend, brandend van ambitie. Een leven dat drieenvijftig jaar heeft geduurd, een talent dat geexplodeerd is in twaalf films, acht documentaires, zes toneelstukken, acht boeken, tien essay- en acht dichtbundels. En drieendertig rechtszaken. Wij gaan nu een voorstelling over die man maken. Er is geen tekst, zoals dat vaak wel het geval is als je aan een toneelstuk begint. Of beter gezegd; er is geen script. Tekst is er genoeg; de opsomming hierboven spreekt voor zich. Er is de bijna levenslange fascinatie van Franz Marijnen voor Pasolini, een nieuwsgierigheid die er bij ons, acteurs, ook is. Of begint te komen. Allemaal in verschillende gradaties en vanuit andere perspectieven. Vanaf de kaft van een kilodikke biografie kijkt Pasolini ons doordringend aan. Wij kijken terug, met onze ogen. Ik ken deze man niet. Zal ik hem leren kennen? |