|
||||
|
Lunch. Restaurant stukje verderop. Kaart natuurlijk allemaal vis. Sfeer ergens tussen bedrukt, “ beindruckt” en verrukt, want: lekker eten ! Sejours ! Per dag krijgen we van onze werkgever ongeveer zestig euro om te eten, dat is lunch en avondeten. Zestig euro is ongeveer 110.000 lire, meldt de converter. In Italie is het makkelijk miljonair zijn. Damals tenminste. Nu is alles in euro’s. We bestellen spaghetti vongole. Maakt u zich geen zorgen, we zijn de wijn niet vergeten. Als we eten, zie ik dat de obers naar ons staan te kijken. Er zijn verder geen klanten en hoe je ’t ook wendt of keert, wij zijn natuurlijk toch een beetje een curieus gezelschap. Al is het maar dat ik “toneelkleren” aan heb, een modische combinatie die zowel door ons onderwerp gedragen zou kunnen zijn als door mensen van nu. Dat was ’t idee. Inmiddels ben ik al uit mijn broek gescheurd – niet door de lunch, overigens, en loop dus in Pasoliniaanse stijl met een tochtend kruis rond. Een van de obers heeft een droevig gezicht. Misschien heeft-ie niks meegemaakt, maar z’n ogen hangen triest in z’n gezicht. Ik vraag me af wat-ie vindt van Pier Paolo Pasolini. Of hij wel ’s een film van hem heeft gezien. Of een gedicht heeft gelezen. Of misschien had-ie een vader of een opa die Pasolini haatte. Of juist niet. |


