Algemeen Dagblad Haagsche Courant 21 september 2009
Door Nico Hemelaar
Groots minimalistsch theater bij Nationale Toneel
Den Haag- Ergens op het platteland in Italië wordt een jongen geboren. De vrouw ondergaat een moeizame bevalling. Het is het eerste en waarschijnlijk ook laatste kind dat zij ooit zal baren en zij geeft de zoon de toepasselijke naam Ultimo.
Orkater-acteur Porgy Franssen en Ariane Schluter van het Nationale Toneel vertellen bij toerbeurt het relaas van de jongen. Regisseur Dirk Groeneveld bewerkte het gelijknamige boek van de Italiaanse schrijver Alessandro Baricco tot een voorstelling waarin een schrijverspaar al vertellend en acterend vanuit verschillende perspectieven een roman voltooit. Het houten decor gaat mee in de gedaantewisselingen en verandert met een handgebaar van ladenkast in benzinestation of wegrestaurant in autocircuit. Ultimo’s vader ziet begin 20e eeuw geen toekomst meer in de het boerenbestaan en legt zich toe op het product van de toekomst, de automobiel. De eerste klant in zijn garage is een graaf met een voorliefde voor racen. Hij sleurt de zoon mee in de nieuwe wereld. Ultimo droomt, geïnspireerd door de graaf, van de aanleg van een racecircuit. Een heel verhaal volgt over schoonheid, idealen, liefde, fantasieën en de wirwar van 18 scherpe bochten die niet alleen de coureur op het circuit, maar ook de jongen in zijn leven tegenkomt. Door de verteltrant leest de voorstelling als een boek. In hun folder schermen Orkater en Nationale Toneel met Cervantes, Balzac en ’de eeuwenoude atlas van ons innerlijke continent’. Dat werpt onnodig drempels op. Al vergt Ultimo optimale aandacht, Franssen en Schluter laten juist zonder die ballast het publiek anderhalf uur lang op het puntje van de stoel zitten. Terwijl muzikant Harald Austbo met slechts een cello en zijn stem een heel combo op het toneel zet. Ofwel, hoe minimalistisch muziektheater heel groots kan uitpakken.