ARIANE SCHLUTER: 'JE BENT JE EIGEN INSTRUMENT'
Ze won twee keer de Theo d'or, de hoogste theaterprijs in Nederland, en toert nu door het land met Ultimo, een coproductie van het Nationale Toneel en Orkater. Actrice Ariane Schluter over spelen, schaamte en haar zigeunerleven.
(Door Mayke Calis)
AMSTERDAM (GPD) - Tot haar grote opluchting wordt actrice Ariane Schluter op straat bijna nooit herkend. ,,Mensen zeggen tegen mij: 'Zeg, heb ik met jou die yogacursus gedaan?' Dat bevestig ik dan meestal maar. Het klinkt zo aanmatigend: 'Nee, je kent mij vast van het theater'. Want stel dat ze dan zeggen dat ze nooit naar het theater gaan.''
Ariane Schluter houdt niet zo van interviews en al helemaal niet van spelletjes en praatprogramma's op televisie waar zo veel collega-acteurs aan mee doen. ,,Ik heb er niks mee. Je wordt naar je mening gevraagd terwijl die niets met je werk te maken heeft. Als ik ergens over praat, moet dat gekoppeld zijn aan mijn werk.''
Gekleed in een fleurige rok, cowboylaarzen en een zwart jasje nipt ze aan haar cappuccino in een Amsterdams café. Voor de foto heeft ze nog snel even haar lippen gestift.
Soms wilde ze dat ze in plaats van goed acteren goed kon schilderen of schrijven. ,,Dan was ik zelf als persoon wat meer op de achtergrond. Eind oktober is de première van Terug naar de kust, een film waarin ik de zus ben van Linda de Mol. Kan me nu al druk maken over hoe dat nou moet straks, op die rode loper met die jurk aan. Volgens een vriendin moet ik net doen of het een rol is. Dat helpt. Zo haal ik het weg bij mijzelf. Op toneel durf ik eigenlijk bijna alles, maar daarbuiten niet. Ben ik veel terughoudender. Zo open als ik speel, zo sterk wil ik die andere kant van mijn leven beschermen.''
- Ken je schaamte?
,,Dat moet ik steeds opnieuw overwinnen. In het repetitieproces zit altijd een lelijke fase waarin je moet ontdekken waar je emoties zitten. Bij jezelf, maar ook hoe je die gaat spelen. Dat moet veilig zijn, tussen de vier muren van het repetitielokaal. Alleen dan kom je verder. Vlak voor de try-out is het weer even moeilijk omdat je dan de veiligheid van de repetitieruimte verlaat om aan anderen te laten zien wat je hebt gemaakt. Bij mij komt dat moment altijd te vroeg. Daarin ben ik niet exhibitionistisch genoeg. Wel perfectionistisch; ik wil niet falen.
Maar als het dan eenmaal zo ver is, kan ik me helemaal geven. Hoe beter ik me in mijn rol inleef hoe beter ik de emotie die bij de rol hoort kan oproepen. Om te kunnen huilen bijvoorbeeld werkt het niet om aan iets ergs uit mijn privéleven te denken. Totaal niet. Dat zou me afleiden. Als ik me verplaats in mijn rol, raak ik juist los van mezelf. Zonder remmingen. Alles doen wat je in het dagelijks leven niet doet. Heerlijk. Ach, en eigenlijk is het theater in essentie niets anders wat kinderen doen als ze spelen. 'Ik was de koningin', zeggen ze. Bij 'ik was' is alles mogelijk en kan je er nooit op worden gepakt.
Het is ook helemaal niet nodig zelf veel te hebben meegemaakt om een goede actrice te zijn. Je hebt een grote fantasie en veel verbeeldingskracht nodig. Ik zie dingen snel voor me.
Als je samen in een toneelstuk speelt, moet je heel snel heel intiem met iemand worden. Snel gevoelens tonen. Soms zoenen. Het fysieke contact is bijna nog makkelijker dan het geestelijke. Je gaat even een toneelhuwelijk aan. In het gewone leven houd je gepaste afstand, al moet ik zeggen dat ik die diepte in mijn vriendschappen ook wel op zoek.''
- Je kan behoorlijk uit je slof schieten in je spel. Ben je in je privéleven ook zo fel?
Stilte. ,,Mmm, ja ik denk 't wel. Maar ik ben wel aangepaster, laat me niet zo gaan. Je verhoudt je toch tot iemand anders. Maar het komt er bij mij wel snel uit, ik ben geen binnenvetter. Eén keer had ik net het huwelijksdrama Demonen van Lars Norén gespeeld, toen ik flinke ruzie met mijn man kreeg. Riep hij: 'Jezus man, je staat niet in een toneelstuk'. Toen moest ik zo vreselijk lachen. Je bent je eigen instrument, als acteur vergroot je uit wat je van nature hebt.''
- Hoe ziet een gemiddelde dag eruit bij jou?
,,Dat hangt er vanaf of ik repeteer of 's avonds een voorstelling heb. Repeteren doe ik overdag, vijf dagen in de week. Bij voorstellingen ben ik overdag vrij, doe ik boodschappen en haal de kinderen van school; ik heb een meisje van 12 en een jongen van acht.
Aan het einde van de middag ga ik met de trein naar het theater. Daar eten we met de groep en bereiden we ons voor op de voorstelling. 's Avonds worden we in een busje weer naar huis gebracht. Afkicken in de bus, lekker wijntje erbij, heel gezellig. Soort zigeunerbestaan. Maar daardoor wel een chronisch slaaptekort. Ik ren nu drie keer per week door het park om het allemaal vol te houden. Mijn man heeft een eigen zaak, die kan zijn tijd beter indelen en dus meer thuis opvangen. Hij is art-director voor commercials en films. Het blijft een slechte combinatie, zo hard werken en kinderen. Ik ben opgehouden me daar schuldig over te voelen. Zo is het nu eenmaal. Ik geef mijn kinderen mee dat het goed is om te doen wat je echt heel graag wil.''
- Komen je kinderen vaak naar je kijken?
,,Nee, mijn zoon nog nooit en mijn dochter één keer. Eind van de maand gaat ze mee naar de première van Terug naar de kust. Ze vindt het wel raar wat ik doe. 'Dan ben je zo anders'. Voor haar ben ik gewoon haar moeder. Ze merkt nu langzamerhand wel aan haar vriendinnen dat het blijkbaar leuk is wat ik doe. Maar van mij hoeven ze niet te komen, hoor. Als zij het niet willen zien, prima. Het zijn niet van die toneelkinderen. Al kun je daar nu eigenlijk nog niks van zeggen. Ik was zelf bijvoorbeeld helemaal niet het prototype kind waarvan iedereen zei dat het zeker naar de toneelschool moest. Ik ben een echte laatbloeier.''
- Wat voor kind was je dan?
,,Stil, beetje verlegen, zeker op de middelbare school. Thuis met vier oudere zussen was ik drukker. Mijn ouders hadden een huisartsenpraktijk in Leidschendam. Het was een kippenhok bij ons met al die vrouwen, heel gezellig. De laatste twee jaar woonde ik alleen thuis, waren mijn zussen het huis uit. Kreeg ik veel aandacht. Vanaf mijn twaalfde ontdekte ik hoe heerlijk het was om toneel te spelen. Ik durfde er niet voor uit te komen dat ik naar de toneelschool wilde. Het leek me gênant, helemaal omdat ik niet zo'n clown was op feestjes en ook in mijn ogen niet het uiterlijk van een actrice had.
Mijn ouders hebben me nooit in de weg gestaan toen ik naar de toneelschool wilde, maar ook niet gedacht dat het me zou lukken. Het lag in mijn familie gewoon niet zo voor de hand. Dat ik uiteindelijk op mijn zeventiende auditie heb gedaan in Maastricht had niet zozeer te maken met zelfvertrouwen als wel met doorzettingsvermogen. Ik wilde gewoon weten of ik het kon. Daarnaast bedacht ik een heel scala aan mogelijkheden voor als het niks werd. Was dan dokter of psychiater geworden of iets met talen gaan doen. Toen we de brief kregen dat ik was aangenomen, was mijn moeder geschokt omdat ik helemaal naar Maastricht ging verhuizen. Toen pas drong het echt tot haar door.''
- Je eerste grote toneelliefde was regisseur Johan Doesburg. Wat trok je zo in hem aan?
,,Toen ik hem ontmoette viel het kwartje. Ik was 24 en we hadden meteen een klik. Hij maakt het soort toneel waarvan ik toen slechts vaag voelde dat het bij me paste. Hij zoekt naar mededogen met het donkere in mensen. Zonder veroordeling. Die tegenstelling intrigeert mij. In het goede de zwarte kant zoeken. Rauw als het leven. Op dat moment sloeg dat in als een bom. Alles viel samen en liep door elkaar heen: toneel, verliefd zijn. We hebben vijf jaar een relatie gehad, maar nu zijn we nog steeds beste vrienden. Dat is bijzonder. Alex van Warmerdam is een andere regisseur waarmee ik me verbonden voel. Dat tragische wat weer komisch wordt.''
- Je bent nu 43. Speel je over 20 jaar nog steeds toneel?
,,Nee, dat idee vind ik gekmakend. Maar dan vooral omdat ik niet zo ver vooruit wil denken. Nu is dit het allerliefste wat ik doe en ik voel me echt een zondagskind. Alles klopt. Ik wil helemaal niet verder kijken.''