Pier Paolo Pasolini - P.P.P.
30 maart - 22 mei 2010
Recensie Pier Paolo Pasolini
Trouw, 6 april 2010
Door Hanny Alkema

Al te adorerend Pasolini-portret

Acteurs zitten aan een overlegtafel. Op een scherm erachter een filmprojectie: acteur Jeroen Spitzenberger met opmerkelijk devote blik op een tocht langs nauw met de Italiaanse filmer en dichter Pier Paolo Pasolini (1922-1975) verbonden plekken.

Als Spitzenberger, teruggekeerd, het op de speelvloer gecreëerde repetitielokaal binnenstapt en meldt dat hij ‘kapot’ is, is hoongelach zijn deel. Hoezo kapot? Vier, vijf dagen op kosten van de zaak in Italië op stap en dan bekaf terugkomen? Terwijl men tijdens het maakproces van een voorstelling over Pasolini juist nieuwe impulsen verwacht?

De wederzijdse ergernis zorgt even voor een bevrijdend nuchtere toon in wat associaties met een wel erg toegewijde bedevaart opriep. Even, want al gauw volgt een rituele klaagzang over de gruwelijke verminking van de vermoorde Pasolini destijds op het strand van Ostia (details die misten in het officiële sectierapport), terwijl de contouren van diens lichaam – Spitzenberger kruipt vol overgave in diens huid – met zand worden nagetrokken.

Het recente verzoek tot heropening van de moordzaak geeft de voorstelling actualiteit bovenop het werk en gedachtegoed van Pasolini. Een man die hogelijk werd bewonderd en diep gehaat, als poëet die obsceniteiten niet schuwde, als kunstenaar die symboliek en controverse in zijn werk verenigde, als intellectueel die het sociaal-politieke klimaat in Italië meedogenloos en nog altijd behartigenswaard analyseerde.

Op het eerste gezicht lijkt het toneelportret een reconstructie die kriskras tal van elementen aanstipt. Van een verhoor met zijn vermeende moordenaar via filosofische citaten tot aan scenes in relatie met zijn openlijke homoseksualiteit. Allengs echter begint zich een vreemd soort samenhang af te tekenen, die voor alles het publiek wil doordringen van hoe bijzonder Pasolini was en hoe onguur de tegenstanders.

Theatermaker Franz Marijnen heeft van zijn persoonlijke bewondering te weinig afstand genomen. Die is, integendeel, leidraad. Zoals zijn idool erotiek en religieuze symboliek in zijn werk koppelde, zo hanteert Marijnen christelijke thema’s om diens grootheid te accentueren. Een liefdesscène waarin minnaar Ninetto transformeert in een Christus-figuur, terwijl het slotkoor uit de ‘Mattheus’ weerklinkt, is beeldschoon, maar het geheel krijgt van lieverlee hagiografische trekjes.

De hele opzet, inclusief enkele zangen of de manier waarop de moederfiguur als een rouwende madonna en diens ‘niet-vleselijke vrouw’ als een soort Maria Magdalena worden neergezet, neigt naar een passiespel. Een ‘Pasolini Passie’ die een zeker mededogen met het lot van die mens uitstraalt maar vooral adoratie, vaak worstelt met het vinden van de juiste vorm en op het laatst wat erg kunstmatig uitzwabbert met een beschuldigende vinger naar de hedendaagse machtspolitiek en corruptie. Mij was het liever geweest als de ironie van het begin meer was aangehouden om het publiek ruimte voor een eigen kijk te geven.
 
Introfilm uit de voorstelling
Op locatie
Jeroen Spitzenberger
Betty Schuurman
Jaap Spijkers
Jochum ten Haaf
Bien De Moor
Jan-Paul Buijs
Anne Rats
Yannick Noomen
Gjalt Lindeboom
Dorike van Genderen
Eva Smid
Tekst   Franz Marijnen
Regie   Franz Marijnen
Dramaturgie  Karim Ameur
Decor  Marcos Viñals Bassols
Licht  Jan Harm Wagner
Muziek  Alain van Zeveren
Kostuums  Iris Elströdt
Video  Wout Boekeloo
Regieassistentie  Lotte Bos