NIEUWS
20-06-2011
Open brief
Open brief van de artistieke leiders van de 8 grote toneelgezelschappen over de bezuinigingen in de cultuursector. Lees meer...
Geachte leden van de Tweede Kamer,

Over enkele dagen gaat u een beslissing nemen over de bezuinigingsplannen van staatssecretaris Zijlstra. Deze hebben verregaande gevolgen voor de kunsten in Nederland en in het bijzonder voor het theater, dat binnen een termijn van een jaar geconfronteerd zal worden met een gemiddelde bezuiniging van 42%.

Als artistieke leiders van de acht grote theatergezelschappen die een belangrijke rol moeten gaan spelen in het bestel zoals de staatssecretaris dat voor zich ziet, vragen wij uw aandacht.

Van vele kanten is al beargumenteerd dat deze bezuinigingen buiten proportie zijn en te snel worden ingevoerd. Dat heeft een artistiek effect, maar ook economische gevolgen die niet zijn doorgerekend: er is schade voor toeleveranciers, horeca, toerisme en het stedelijk klimaat. En zij maken dertienduizend mensen werkeloos.

Op basis van fact-free politics wordt de markt aangeroepen als redder van de kunsten. Tegelijkertijd worden de kaartjes duurder gemaakt via een BTW-verhoging die ons vermogen om in die markt te opereren bemoeilijkt.

Het bedrijfsleven staat niet te trappelen om een steunende rol te spelen. Er is ook geen financiële stimulans om die te bevorderen, zoals beloofd. Het is bovendien niet de taak van bedrijven om de moeilijke vragen van de wereld, die over leven en dood, over zingeving, liefde, geloof en menselijkheid te stellen. Dat doet de kunst. En dat is niet iets wat in eerste instantie geld oplevert, maar toch zin heeft.

Voor het theater wil het kabinet acht kernpunten aanwijzen, 'topgezelschappen', die een belangrijke taak krijgen in de basisinfrastructuur van het theater. Een infrastructuur waarin de productiehuizen – schakel tussen de opleidingen en de gevestigde praktijk - worden weggestreept, waarin alle postacademische instellingen, het sectorinstituut en het gezelschap voor Friesland verdwijnen en waarin het Fonds voor de Podiumkunsten dertig procent gekort wordt. Dit terwijl het beroep dat op het Fonds gedaan zal worden met meer dan vijftig procent zal toenemen doordat de staatssecretaris alles daar over de heg gooit. Dit beleid leidt tot het verdwijnen van vrijwel alle andere gezelschappen dan de onze en nagenoeg alle individueel geïnitieerde producties.

Het treft uitgerekend degenen die de voedingsbodem vormen voor ons rijkgeschakeerde en in het buitenland zo geprezen theaterleven. De durvers, nieuwelingen, de kleinschaligen, de onaangepasten die het theater nodig heeft. Wij hebben alle acht onze positie te danken aan die cultuur, ook al maken we nu producties in Berlijn, Parijs, New York of gewoon in de Hollandse polder. Overigens worden ook onze eigen gezelschappen gekort.

Wij kunnen met z'n achten de kloof die dreigt te ontstaan door de opheffing van de productiehuizen voor startende regisseurs, acteurs en theatermakers onmogelijk overbruggen. En al zeker niet zonder budget. Dat trekt een rampzalige wissel op de toekomst en onze opvolging. Wie in de komende jaren van een Nederlandse kunstopleiding komt heeft geen toekomst.

Wij willen er geen misverstand over laten bestaan: de voorgestelde structuur brengt onherstelbare schade aan, ook voor het publiek. Dat krijgt een landschap voorgeschoteld waarin acht bomen staan en hier en daar een struikje: de rest van het bos is omgehakt. Onder die omstandigheden kunnen wij niet floreren en zullen de verwachtingen die de staatssecretaris koestert leiden tot brede deceptie.

Wij roepen u daarom op de staatssecretaris te vragen om
– inzicht te geven in de negatieve financiële effecten van zijn plannen
– de bezuinigingen te baseren op een visie die podiumkunsten op een zinnige manier herstructureert in plaats van ze blijvend te beschadigen.
– het bedrag dat met de bezuiniging gemoeid is te verlagen. Dit is namelijk zonder precedent in de Nederlandse bestuurscultuur en zal dat tot in lengte van dagen blijven.
– de bezuinigingen gefaseerd in te voeren tot 1 januari 2015, in lijn met het advies van de Raad voor Cultuur, zodat er tijd en ruimte is om het theaterbestel te hervormen.
– de BTW verhoging van 6 naar 19% ongedaan te maken, omdat deze het vermogen van gezelschappen en theaters om zelf geld te genereren bemoeilijkt.

hoogachtend,

Theu Boermans, artistiek directeur Het Nationale Toneel
Ivo van Hove, directeur Toneelgroep Amsterdam
Rob Klinkenberg, artistiek directeur Toneelgroep Oostpool
Ola Mafaalani, artistiek directeur Noord Nederlands Toneel
Arie de Mol, artistiek leider Toneelgroep Maastricht
Matthijs Rümke, artistiek leider Het Zuidelijk Toneel
Jos Thie, artistiek directeur De Utrechtse Spelen
Alize Zandwijk, artistiek directeur Ro-theater
Uw bericht
Naam
Email
Uw commentaar
Vul onderstaande code in:
CAPTCHA Image
Nieuws overzicht