Lied van de toneelschrijver

Lied van de toneelschrijver
Ik schrijf toneel. Ik toon
Wat ik gezien heb. Op de markten van de mensen
Heb ik gezien hoe de mens verkocht wordt. Dat
Toon ik, ik schrijf toneel.

Hoe ze samen de kamer binnenkomen met plannen
Of met gummiknuppels of met geld
Hoe ze op straat staan te wachten
Hoe ze elkaar in de val lokken
Vol goede hoop
Hoe ze afspraken maken
Hoe ze elkaar ophangen
Hoe ze elkaar liefhebben
Hoe ze hun buit verdedigen
Hoe ze eten
Dat toon ik.

Van de woorden die ze elkaar toeroepen, doe ik verslag.
Van wat de moeder tegen de zoon zegt
Wat de werkgever de werknemer beveelt
Wat de vrouw antwoordt aan de man
Van alle vragende woorden, alle gebiedende
De smekende, de dubbelzinnige
De leugenachtige, de onwetende
De mooie, de kwetsende
Van dat alles doe ik verslag.

(Bertolt Brecht, Gedichte 1938-1941, vertaling Geert van Istendael)