Recensie Laura van Dolron
Theaterjournaal.nl
Door: Thijs Kramer Iemand moet het doen [Laura van Dolron]
“Verlegenen aller landen, verenigt u. U bent de laatste redding tegen het geschreeuw en het gelul.” Haat en frustratie verdwijnen niet als we alles wat we in ons voelen maar eruit flappen, legt Laura van Dolron uit in haar voorstelling ‘Iemand moet het doen’, integendeel. “Hou het binnen, kijk er een tijdje naar en zie hoe het dan vanzelf verdwijnt, zoals een wolkje langs de zon wegdrijft.”
Van Dolron is artist in residence bij het Nationale Toneel, maar alleen onder de voorwaarde dat ze geen echte voorstelling hoefde te maken. De vaste acteurs van het gezelschap gaat ze uit de weg. En ze staat wel op de affiches, maar daarin herkent ze zich absoluut niet. Het Nationale Toneel, dat is pruiken, dames in korsetten en paarden op het toneel, en daar wil zij niets mee te maken hebben. Ze speelt dan ook geen personage, maar staat op het toneel als zichzelf. In haar broek, slobbertrui en d’r haar in een knotje ziet ze er nogal dagelijks uit. De voorstelling heeft geen decor, geen rekwisieten, alleen een stoel, een tafel en de tekst die ze steeds bij de hand houdt. Er is geen lichtontwerp en geen muziek. Na de voorstelling zal ze naar het café gaan, (maar liever niet naar het theatercafé, want daar komt het theatervolk) en wil ze gewoon verder praten met de mensen die nu in de zaal zitten.
Kletsmajoors
In deze voorstelling wil Van Dolron “een voorstel doen voor een betere wereld”. Ter voorbereiding daarop heeft ze vier reizen gemaakt, naar Jeruzalem, Ibiza, Thailand en Groningen. Ze heeft mensen gezocht die alternatieven hebben voor het leugenachtige kapitalisme en de schreeuwende haatpredikers. De voorstelling is een verslag van de inzichten die ze op reis heeft opgedaan. Ze is zich bijvoorbeeld bewust geworden van de ontoereikendheid van woorden, wat een onproductief besef is voor iemand wier professie het schrijven en vertolken van teksten is. In een ver doorgevoerd streven naar eerlijkheid staat Van Dolron zich een heleboel niet toe: geen groot ego (toneelmensen hebben altijd van die ego’s!), geen theatraal gedoe, geen cynisme, geen parodie op de zweverige cursus die ze in Groningen deed, geen gemakkelijke grappen. Telkens als het die kant op dreigt te gaan, tikt ze zichzelf op de vingers. Tien dagen zwijgen in Thailand brachten haar meer dan luisteren naar alle kletsmajoors, die ze onderweg ook tegenkwam. Geen wonder dat ze zoveel waardering heeft voor haar publiek, want dat zit, kijkt, luistert en zwijgt.
Het is een rare positie waarin Van Dolron zich heeft gemanoeuvreerd. Ze vindt zwijgen het beste, maar spreken is haar vak. Ze wijst alles af wat met toneel te maken heeft, maar staat wel op het podium. In deze voorstelling weet ze die tegenstelling heel elegant in te kapselen, door het zwijgende publiek tot participatie te dwingen. Hoe ze dat klaarspeelt kan hier niet verklapt worden. Van Dolron rekt de wetten van het toneel op door bijvoorbeeld geen personage te spelen, maar onder haar eigen naam haar eigen ideeën uit te venten. Dat maakt dat deze voorstelling, neigt naar het cabaret. Het is spannend, dat vermengen van genres, maar Van Dolron is toch op de eerste plaats theatermaakster.