|
Kleine Eyolf
01 mei - 09 juni 2012
Profiel Susanne Kennedy
Volkskrant, 14 oktober 2011 Door: Vincent Kouters
Profiel: Susanne Kennedy, Regisseur
Blijft Susanne Kennedy behouden voor het Nederlandse theater? Over de Doorbraak van haar surrealische nachtmerrietoneel.
Het is niet moeilijk om een voorstelling van Susanne Kennedy (34) te herkennen. Bij binnenkomst valt al direct het kleurrijke, unheimliche decor op: drie wanden zonder ramen of deuren, daarop een behangetje met een gekmakend motief. Hierin staan de acteurs, onbeweeglijk op hun plek, in extravagante kostuums, onherkenbaar onder lagen schmink. Hun stemmen zijn meestal merkbaar versterkt, soms zelfs vervormd. De speelstijl is niet ingeleefd, eerder afgeleefd. Ze spreken hun teksten uit met de intonatie van een computer. Alsof ze willen zeggen: ‘Excuses voor alle clichés die ik hier sta uit te kramen, maar dit is hoe mensen praten. Echt!’ Er klinken voortdurend monotone, onheilspellende geluiden. En alsmaar kijken de spelers de zaal in, met een verwijtende blik, die lijkt te vragen: ‘Vinden jullie dit nou leuk?’ Ja, dit vinden wij leuk. Fenomenaal zelfs.
De afgelopen jaren ontstond er steeds meer reuring rond haar werk. Over dieren stond vorig jaar in het Nederlandse Theaterfestival, dat de beste voorstellingen van het seizoen toont. Ze won de Erik Vos Prijs voor regietalent. Johan Simons nodigde haar daarop uit bij zijn Münchner Kammerspiele, waar ze vorig seizoen They shoot Horses, don’t they? maakte. Ook NTGent toonde interesse in de jonge theatermaakster. Komend seizoen zal ze twee coproducties van de Vlaamse groep en Het Nationale Toneel regisseren. De eerste daarvan Fassbinders Bittere tranen van Petra von Kant, gaat oktober in première. Waar komt al die aandacht voor de in Duitsland geboren en in Nederland afgestudeerde regisseuse vandaan? Er valt over te twisten of al haar voorstellingen even goed zijn. Sowieso maakt Kennedy toneel waar de een van houdt en de ander van walgt. Maar opvallend, tegendraads en verontrustend is het altijd.
Kennedy wil naar eigen zeggen de onderbuik aanspreken. Als inspiratiebronnen noemt ze onder andere de Japanse horror en het werk van filmmaker David Lynch. Wat dat betreft vormt ze een unieke stem in het Nederlandse theater. Tegen Het Parool in 2009: ‘Ik heb het gevoel dat ik iets heel anders doe dan Nederlandse generatiegenoten. Ik ben een van de weinigen die werkt met bestaande teksten, de meesten doen helemaal hun eigen ding. En als ze repertoire doen, blijft het vaak hangen in psychologisch realisme. Ik zoek juist de abstractie.’ Bij het Nationale toneel kreeg ze de afgelopen jaren alle ruimte om haar stijl tot in de puntjes te perfectioneren. Ze was nog maar net afgestudeerd aan de regieopleiding in Amsterdam – met een bewerking van Schillers Maria Stuart – of ze kon al bij het keurige Haagse gezelschap aan de slag. Haar eerste stuk hier was het met fysiek en verbaal geweld overladen Phaedra’s Love van Sarah Kane.
Hoewel de voorstelling nog onevenwichtig was, werden al enkele kennediaanse elementen zichtbaar: de vervreemde speelstijl, de claustrofobische ruimte, de belangstelling voor het lichaam. Maar scènes die bedoeld waren om te choqueren, deden dat niet. Het niets vermoedende Haagse publiek kreeg onder meer een anale verkrachting en een castratie scene voor de kiezen. Het lag er nog te dik bovenop. Daarna werd het fysieke geweld in haar werk abstracter. Tegelijk kregen de acteurs minder bewegingsruimte. Ze regisseerde teksten van jonge Duitsers als Gesine Danckwart en Falk Richter. Van Richter voerde ze bij Theater Gasthuis in Amsterdam het satirische Electronic City op. Dit was de eerste keer dat de Turkse actrice Çigdem Teke in haar werk op dook, wat zij daarna zou blijven doen.
Deze Hedda zag eruit als Amy Winehouse en gedroeg zich minstens even zelfdestructief. Wijdbeens zat ze op het podium en staarde brutaal de zaal in. Ze zwaaide met een pistool en dronk liters punch. Tante Jule zong In Dreams van Roy Orbinson. Er vond een rectaal onderzoek plaats. Met Hedda Gabler bleek dat Kennedy er niet voor terugdeinsde een klassiek repertoirestuk compleet te verbouwen. Ook al leidde dat tot een overvolle voorstelling. Niet het bekende kleinburgerlijke huwelijksdrama stond hier centraal, maar de handelingen en gedachten van een gevoelig meisje dat graag een rebel wilde zijn. Hedda’s onvervulde verlangens werden expliciet, haar apathie allesoverheersend.
Zoals altijd liet Kennedy een eventueel plot varen. Ze regisseerde duistere kijkjes in de hoofden van haar personages. Omdat ze nu een overdaad aan visuele vondsten wist te beteugelen, leverde het keer op keer een macaber droomspel op, dat de toeschouwers in zich opzoog en met een duizelende geest weer achterliet. Het komende seizoen zal Kennedy opnieuw grenzen verleggen. Bittere tranen van Petra von Kant, een bewerking van het stuk van Fassbinder, is haar eerste voorstelling in de grote zaal. Daarna zal ze nog Kleine Eyolf regisseren, waarmee ze terugkeert naar Ibsen. Beide toneelstukken gaan opnieuw over vrouwen met een tomeloze seksuele energie, die hen uiteindelijk noodlottig zal worden. In een woede uitbarsting wenst Rita uit Kleine Eyolf het kind dood dat tussen haar en haar man is komen te staan. Tot haar afschuw krijgt ze precies wat ze wilde.
Ongetwijfeld zal ze met De bittere tranen van Petra von Kant weer een associatieve storm aan beelden ensceneren, waarin de binnenwereld van een totaal van zichzelf vervreemde vrouw herkend kan worden. Repetetieve teksten en geluiden zullen samenspannen om de toeschouwers een griezelige trip voor te schotelen. Persona van Igmar Bergman en Mulholland Drive van David Lynch komen voor de geest. Anderzijds, met een eigenzinnige theatermaakster als Susanne Kennedy weet je maar nooit. Behalve natuurlijk dat het vreemd gaat worden. Met al die interesse uit het buitenland en de opeens snel opdrogende middelen in ons land, zal het nog knap lastig worden om zo’n unieke stem voor het Nederlandse theater te behouden.
Prijzen en Nominaties 2011
2010
2005
|
Kleine Eyolf - teaser
Dries Vanhegen Lien Wildemeersch Marlies Heuer Vincent Linthorst Frans Meere Martje Verhagen Margriet van der Meijden
Tekst
Henrik Ibsen
Bewerking Susanne Kennedy en Marit Grimstad Eggen Regie Susanne Kennedy Regieassistentie Ingmar van der Bie Dramaturgie Marit Grimstad Eggen Decor- en video-ontwerp Lena Müller Kostuumontwerp Lotte Goos Lichtontwerp Jan Harm Wagner Muziek Remco de Jong, Florentijn Boddendijk Stage lichtontwerp Dieneke Bittermann Techniek Jan Harm Wagner en Thymen Bergman Kostuumatelier van het Nationale Toneel o.l.v. Iris Elströdt Kap en grime Cynthia van der Linden (advies), Lianne Gorissen Stage kap en grime Mira Popenko en Celina van Kampen Decoratelier van het Nationale Toneel o.l.v. Hans Rompa Communicatie en Marketing Eline van Lelyveld Productieleiding Hans Nass Stage video Naomi Mateovics |













