Karim Ameur over Pasolini

PDF Afdrukken E-mailadres
PIER PAOLO PASOLINI
door Karim Ameur (dramaturg Pier Paolo Pasolini - P.P.P.)

“De hele dag werk ik als een kuise monnik
en ‘s nachts op stap, als een straatkat
op het liefdespad…ik zal de curie
een voorstel doen voor mijn heiligverklaring.”

Pasolini, door Dino Pedriali

Friuli
Ongekend is de bloei die de film en literatuur doormaken in het naoorlogse Italië. Het land lijkt bovenmatig bedeeld met cinematografisch en literair talent. En Pier Paolo Pasolini excelleert in beide kunsten. Hij wordt op 5 maart 1922 geboren in Bologna als zoon van een beroepsofficier. Zijn vader, die de verschrikkingen van de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog had moeten ondergaan, is de archetypische militaire houwdegen die altijd afstand tot zijn gevoelige oudste zoon zal behouden. Vaders oogappel is de jongste zoon Guido, die zich in de Tweede Wereldoorlog aansluit bij de katholieke partizanen en kort voor het einde van de oorlog vermoord zal worden door het communistische verzet. Pasolini zelf houdt zich in WO II niet met het actieve, gewapende verzet bezig. Zijn verzet is literair van aard. Hij schrijft gedichten in het Friulisch (de taal van de geboortestreek van zijn innig geliefde moeder waar het gezin zich vestigt na de nodige omzwervingen). In het uiterst nationalistische Italië van Mussolini is dit een daad van betekenis. Tot ver in de twintig zal Pasolini in Friuli blijven wonen. Hij verdient de kost als onderwijzer op een middelbare dorpsschool. Tot een zedenschandaal, gedoe met jongens, en het daarop volgende proces hem en zijn ouders dwingen te verhuizen naar Rome.

Rome
In dit culturele centrum komt Pasolini tot bloei. Talloze dichtbundels zien het licht en ook een eerste roman, geschreven in het dialect van de borgate, de Romeinse sloppenwijken. Een hele serie rauwe boeken volgt. Ze spelen zich af aan de zelfkant van een herrijzend Italië. Pasolini beschrijft met veel bewondering hoe de ratjes uit de achterbuurt zich staande weten te houden met kleine criminaliteit. De broeierige boeken veroorzaken keer op keer schandaal. De katholieke reactie is nog altijd machtig in Italië. Met het fascistische verleden is in Italië, anders dan in Duitsland nooit afgerekend. De politie, het leger en de magistratuur worden niet gezuiverd. En het cliëntelisme viert hoogtij, tot vandaag de dag. Benoemingen op het gebied van cultuur, rechtspraak, staatsbedrijven, landbouw, omroep, etc. zijn bijna altijd politiek. Het komt er in Italië op aan de juiste politici te kennen. En altijd zullen de communisten langs de zijlijn blijven staan. Hoewel soms veertig procent van de bevolking op ze stemt, blijven ze al die jaren zonder macht en hebben ze weinig invloed. De dood van zijn broer Guido, een offer voor de vrijheid, wordt voor Pasolini zo onverteerbaarder naarmate de jaren verstrijken. Guido mag toch niet voor niets gestorven zijn? Hoewel zijn broer vermoord is door communistische partizanen, klopt het hart van Pasolini deze jaren links, zeer links. Hij staat sterk onder invloed van het (bijna messianistische) marxisme van Antonio Gramsci, oprichter van de communistische partij die de culturele verheffing van het proletariaat nog belangrijker vond dan radicale economische hervormingen. Pasolini’s werk krijgt in de jaren 50 een expliciet ideologische signatuur. Zelfs zijn lyrische teksten verwerven een uitgesproken politiek en filosofisch karakter. Hij gaat ook filmscenario’s schrijven waardoor hij een van de grondleggers wordt van het Italiaanse neo-realisme, met Rossellini, Fellini en De Sica. Onvrede over het gebruik van zijn scenario’s zullen hem doen besluiten zelf te gaan filmen. Zijn eersteling Accatone veroorzaakt, natuurlijk, meteen groot schandaal door zijn onverbloemde tekening van het verpauperde leven in de Romeinse buitenwijken.

Lichaam
Als Pasolini niet filmt als een bezetene, schrijft hij essays, poëzie, romans, columns en politieke traktaten. Zijn persoonlijke leven baart net zoveel opzien als zijn werk. Overal maakt deze man met de zachte stem vijanden door zijn fascinatie voor de menselijke wreedheid. In de jaren 60 vindt er een duidelijke thematische verschuiving plaats in zijn werk. Het lichaam komt meer en meer centraal te staan, zo vergeestelijkt als zijn werk aanvankelijk was. Maar hij is niet de enige voor wie het lichaam het onderwerp van het kunstwerk zelf wordt; de performance kunstenaars uit die jaren zetten allemaal hun eigen lichaam in. De kleren gaan uit, het lichaam wordt op de proef gesteld, getuchtigd. De grenzen van het fysiek mogelijke worden opgezocht, liefst in aanwezigheid van een publiek. Maar zelfs bij alle lichamelijk geweld wordt de geestelijke wereld, dat gebied waar de kunst uit put en zich tot richt, niet ontkend. Integendeel, de ziel in dit getergde lichaam komt sterker uit de strijd naar voren. Want heeft zij niet alle aanvallen doorstaan? De kunstenaar en zijn publiek zijn door pijngrenzen heen gegaan - en er toch niet onderdoor gegaan, dankzij de kracht, de standvastigheid van de menselijke geest. Pasolini is gegrepen door het lichaam, door zijn verval en de uiteindelijke dood die het wacht. Die fascinatie voor de dood groeit met de jaren, maar zij was altijd al groot. Misschien wel te groot. Hij betreedt in zijn werk meer en meer domeinen van pervers menselijk handelen en denken waaruit het moeilijk terugkeren is. Maar hij kan niet anders. In zijn laatste werken, de beangstigende maar uiterst lucide film over menselijke ontaarding, Salo of de 120 dagen van Sodom, en de postuum uitgegeven Sadistische schandaalkroniek Olie heeft hij daarvan glasheldere getuigenissen afgelegd.

Moord
De waarheid, niets dan de waarheid – naar dat ridderlijke devies heeft Pasolini onverbiddelijk geleefd. Gevaarlijk, in een land en een tijd waarin non-conformistische intellectuelen onbeschermd in de openbaarheid moesten opereren. Hij kan geen boek publiceren, film uitbrengen of hij heeft een proces wegens smaad en bederf van de openbare zeden aan zijn broek hangen. Vanaf het eerste proces in ’49 tot aan zijn dood in ’75 wordt hij bij voortduring blootgesteld aan een gemanipuleerde publieke opinie die niets van hem moet hebben, sterker: die op zijn destructie uit lijkt te zijn. Talloze malen wordt er op hem karaktermoord gepleegd. Iedere keer staat hij weer op. Maar hebben deze niet aflatende aanvallen hem niet uitgehold? Je kunt je bijna niet voorstellen van niet. Zijn openlijke homoseksualiteit maakt hem weinig geliefd in zijn eigen communistische partij, van oudsher een puriteins bolwerk. Daar steken maar weinigen de hand voor hem uit in moeilijke tijden. Extreem-rechts kan zijn bloed wel drinken, letterlijk. In het chaotische jaar 1975, waarin het geweld van de ultralinkse rode brigadisten en extreem-rechts de Italiaanse samenleving verlamt, wordt Pasolini in de nacht van een op twee november vermoord. Op een strandje bij Ostia, door Pino Pelosi, een ‘jongen uit het leven’ die hij kort te voren heeft opgepikt. Zijn lichaam wordt de volgende morgen gruwelijk verminkt aangetroffen. Jaren eerder schreef hij, de man die zoveel voorzag:

“Ik ben als een kat, levend verzengd,
onder vrachtwagenbanden geplet,
door kinderen opgehangen in een vijgeboom.”

Nog altijd zijn de omstandigheden waaronder hij de dood vindt niet opgehelderd. Velen geloven dat Pino Pelosi deze moord nooit alleen kan hebben gepleegd. Fascistische groeperingen zouden er de hand in hebben gehad. Had Pasolini niet een paar dagen voor zijn dood een waarschuwend artikel over de reële dreiging van een fascistische staatsgreep geschreven, waarvan de kop luidde: Wij zijn allen in gevaar.

(foto Pasolini door Dino Pedriali)