|
|
|
Susan Visser (Gooische vrouwen, Amazones, Richting west) is in Dat Smoel de getroubleerde Martha, een gescheiden moeder van twee grote kinderen, die verslaafd is aan dank en pillen en zich vastklampt aan haar zoon. ,,Wat zij meemaakt, wil je in het echte leven niet meemaken, maar voor een acteur is het heerlijk om te spelen.’’ Is Martha voor jou een interessante rol? Ze is een manipulatieve vrouw, heel tragisch ook. Ze komt uit een goed milieu en heeft ooit de kunstacademie gedaan. Ze kampt met een verslaving aan drank en pillen. Haar man heeft haar verlaten en zit met een nieuw gezin in Hong Kong. Hij heeft haar laten zitten met twee grote kinderen, maar ze neemt geen enkele verantwoordelijkheid voor hun opvoeding. Haar dochter zit op kostschool, wat overigens in Engeland vrij gebruikelijk is, en haar zoon neemt het op zich om voor haar te zorgen. Martha is een grotesk personage, en dat is lekker om te doen voor een acteur. Wat zij meemaakt, wil je in het echte leven niet meemaken, maar voor een acteur is het heerlijk om te spelen. Hoe heb je je voorbereid op deze rol? Ik begin met er veel over te praten. Ik lees er ook over: ik heb van regisseur Jaap Spijkers bijvoorbeeld een reeks achtergrondartikelen gekregen over de situatie die je in het stuk ziet. De eerste paar dagen ben ik daar mee bezig. Vervolgens ga ik de vloer op en dan vind ik het personage pas echt. Ik ga eerst alle kanten op met de scènes, spelen, spelen, spelen, en al spelende wordt die vrouw van mij. Waar draait het in dit stuk om volgens jou? Polly Stenham, de schrijfster van het stuk, is gefascineerd door gezinnen waarin ouders het laten afweten. En hoe kinderen dan de ouder rol op zich nemen, terwijl ze dat helemaal niet aan kunnen. Dat is dan ook het centrale thema: ouders die het af laten weten en hoe dat uit de hand kan lopen. Veel mensen kennen jou uit Gooische vrouwen. Vergeleken met dit stuk is dat een beduidend lichter genre. Vind je het prettig dat je nu iets zwaarders kunt doen? Vergis je niet hoor: bij Dat Smoel moet het publiek ook regelmatig hard lachen. Maar dat is vooral omdat het zo schrijnend is – want dat kan ook op de lachspieren werken. Wat ik zo super vind aan mijn vak is dat ik me mag verdiepen in zoveel uiteenlopende werelden en in zulke uiteenlopende mensen. Die afwisseling is heerlijk. Als acteur kijk je ook anders om je heen dan andere mensen. Je kijkt altijd naar de manier waarop mensen zich uitdrukken en hoe ze reageren. Soms observeer ik mensen in een kroeg en dan denk ik onwillekeurig: hé, die reactie zou ik nooit zo hebben gespeeld. Dat is beroepsdeformatie. Van heel stomme realityprogramma’s kun je als acteur van alles opsteken. Zo’n programma als Disaster date bijvoorbeeld. Dan zie je dat het lang kan duren voordat mensen echt reageren op een idiote situatie en dat je dus als acteur de neiging hebt sommige emoties te groot te maken. Hoe was de samenwerking met regisseur Jaap Spijkers? Jaap Spijkers is van huis uit acteur en het is erg prettig om door een acteur geregisseerd te worden. Hij weet namelijk precies weet hoe acteren werkt. De communicatie is op de een of andere manier veel directer. En wat ook prettig aan hem is, is dat hij je laat merken dat hij altijd alle vertrouwen in je heeft. Ook als ik een dagje loop te kloten – hij weet gewoon dat dat er bij hoort. In zo’n werksfeer heb je alle vrijheid om onderuit te gaan, wat dan weer van alles oplevert. Ik vind het trouwens erg fijn om weer eens op het toneel te staan. Ik sta meer voor de camera dan op het toneel, maar dat is niet omdat ik filmen leuker vind. Toneel is wèl hard werken en op tournee gaan is veeleisend, dus voordat ik ja zeg tegen een toneelrol moet alles in mij gaan tintelen. Dan moet ik yes yes yes! voelen. En dat is bij dit stuk zeker het geval. Het leuke is dat het geschikt is voor een gevarieerd publiek. In augustus speelden we het voor 1100 man in een tent op Lowlands en het sloeg echt aan. Het publiek had de vrijheid om de tent in- en uit te lopen, maar ze bleven op het puntje van hun stoel zitten. We kregen een applaus van heb ik jou daar. Dat is wat je hoopt, hè, dat het overkomt. Ik zou tegen iedereen die nog twijfelt, willen zeggen: laat je niet afschrikken door het zware thema van dit stuk, want we hebben een voorstelling gemaakt die publiek verdient. Het is een pakkend stuk dat mensen raakt en ik vind het elke avond weer een kick. |