Franz Marijnen en PPP

PDF Afdrukken E-mailadres
door Karim Ameur

Franz MarijnenRegisseur Franz Marijnen heeft al sinds de jaren 60 een grote fascinatie voor Pasolini. Hij regisseert in 1989 bij het Zuidelijk Toneel zijn toneelstuk Orgie en in 1994 stelt hij een literaire avond samen met Hugo Claus en Leonard Nolens, waar Pasolini’s muze, de Italiaanse actrice Laura Betti, gedichten voordraagt in het Italiaans en het Friulisch. In een open brief aan Pasolini in de Vlaamse krant de Morgen, ter gelegenheid van de twintigste verjaardag van zijn dood, bedankt Marijnen de Italiaan: “Toen ik Orgie van je regisseerde ben ik met moeite overeind gebleven. Ik moest met je mee in je hoofd kruipen. Ik dacht dat ik me had losgescheurd van mijn verleden, van mijn opvoeding, van een verlammend katholicisme, van mijn burgerlijke omgeving, maar jij vond dat ik daarin niet ver genoeg gegaan was. Je dwong me om er meedogenloos mee af te rekenen. Een middenweg bestond niet. Alles was een niet aflatende strijd. Leven of dood. Alleen op die manier kon ik je partner worden, je recht in de ogen kijken, deelgenoot worden van die “absolute culturele gelijkheid” die voor jou de enige waarborg was voor een werkelijke democratie, ook wat het toneel betrof.

Marijnen kwam tot Pasolini via zijn films. Teorema over de blonde engel Terence Stamp die de Italiaanse fetisj, het rijke bourgeois-gezin, volkomen ontregelt met zijn schoonheid – zoon, dochter, moeder en uiteindelijk ook de vader, allen gaan voor de bijl. Volkomen ontredderd loopt de vader aan het einde van de film het grote station van Milaan uit, naakt, zo de woestijn in. Een beeld dat Marijnen op het netvlies is gebrand. Maar Pasolini, die gesel van de katholieke kerk, maakt ook een liefdevolle verfilming van het evangelie naar Mattheus. Hij was onvoorspelbaar, maar altijd eerlijk en diepzinnig. Duizelingwekkend, zoveel hoedanigheden als deze luis in de pels van alles wat hypocriet was, in zich verenigde - en alles op het hoogste niveau: dichter, denker, journalist en filmer.

Franz Marijnen wil in zijn voorstelling laten zien dat de grootsheid van deze man juist ligt in al zijn tegenstrijdigheden, dat grote kunst altijd uit oppositie, destructie en verwarring ontstaat. In PPP, een amalgaam van teksten, film- en geluidsfragmenten, komen ze allemaal aan bod: Pasolini, de communist, die de katholieke kerk tegen zich in het harnas joeg; de christen, die de communistische partij verdeelde door zijn politieke en seksuele non-conformisme; de beklaagde (en soms ook aanklager) in een dertigtal processen over zijn werk en levenswandel; de homoseksuele vrouwenman, regisseur van Anna Magnani, Sylvana Mangano en Maria Callas; de provocateur die zijn hele leven bij zijn moeder bleef wonen; de Romeinse kosmopoliet met zijn snelle zilvergrijze Alfa Romeo GT, die hield van het langzame leven in de Italiaanse provincie; de vernieuwer van de taal, die in zijn werk teruggreep op het dialect van zijn jeugd; de ziener, die diep in zichzelf afdaalde en met zijn adelaarsblik de Italiaanse samenleving ongenadig scherp observeerde ; de revolutionair en utopist die terugverlangde naar de middeleeuwen en hun overzichtelijke standenmaatschappij; de miltitante marxist, die aanvoelde hoe ons leven zou veranderen door de opkomst van een wereldeconomie; de humanist, die tegen de economisering van de samenleving en de homogenisering van de mensheid waarschuwde, maar die zelf wel betaalde voor de liefde en de seks die hij zocht bij de jongens van de straat: de pleitbezorger van het echte leven in de sloppenwijken, van wie de vriendjes niet ordinair en gevaarlijk genoeg konden zijn. Van hun taalgebruik genoot hij, en in hun kwaadaardigheid waren ze voor hem menselijker dan de aangepaste burgers in de nette buurten - en geiler natuurlijk; en ten slotte de navolger van Christus die zijn eigen lijdensweg vormgaf en uiteindelijk een marteldood stierf.