Equus
06 oktober - 28 december 2009
Interview Johan Doesburg
Johan Doesburg: tussen ‘Equus’en ‘Tirza’

“Hoeveel gekte heb je nodig om te leven?”

door Bert Jansma
Den Haag Centraal, 2 oktober 2009

Johan Doesburg: tussen ‘Equus’en ‘Tirza’

“Hoeveel gekte heb je nodig om te leven?”

Johan Doesburg is – na Erik Vos – de belangrijkste toneelregisseur in Den Haag. Een toneelmaker met een eigen stijl. Een rebel van destijds die zijn wilde (en lange) haar nog steeds niet is kwijt geraakt. Hij was als beginnend theatermaker allereerst gefascineerd door het werk in de kleine theaters, niet door het conventioneel omkaderde grote- schouwburg-toneel. Werd geïnspireerd door de sterk persoonlijke benadering van het toneel van theatermakers van het kaliber-Vos. Inmiddels is hij artistiek directeur van Het Nationale Toneel en de ‘aas’ van het gezelschap voor spannend repertoire op juist dat grote toneel. Twee regies van zijn hand zijn er dit seizoen te zien: ‘Equus’ en ‘Tirza’.

door Bert Jansma

Op 10 oktober gaat bij Het Nationale Toneel in de Koninklijke Schouwburg de premiére van ‘Equus’ van Peter Shaffer. Op 5 maart volgend jaar staat daar de première van ‘Tirza’, de toneelbewerking van Arnon Grünbergs succesroman. Een Engels toneelstuk uit 1973, 36 jaar oud en een haast vergeten werk van de schrijver van ‘Amadeus’ dat vorig seizoen opeens weer succesvol opdook op het Londense West End. Een half jaar later volgt een Nederlandse toneelprimeur: de theaterbewerking van de wel zeer hedendaagse ‘hit’-roman van Grünberg. Wat die twee stukken bij Het Nationale Toneel bindt is de figuur van Johan Doesburg die ze beide in de schouwburg enscèneert. Samen met Doesburg, artistiek leider van het Haagse gezelschap, gaan we op zoek naar achtergronden en actualiteit van beide stukken: ‘Equus’, het verhaal van een 17-jarige Engelse staljongen die bij zes paarden de ogen uitsteekt; ‘Tirza’, het verhaal van een middelbare man en vader die de weg totaal is kwijt geraakt .

“Wat is normaal, wat is abnormaal?” is de eerste vraag die Johan Doesburg stelt. “Dat boeit me in alle stukken, jaar en dag. Verdiep ik me in Richard de Derde, dan denk ik wat voor stoornis heeft die man? Shakespeare was niet bezig met de etiketten van Freud, maar je zou Richard de Derde kunnen bestempelen als: moeilijke jeugd gehad, tikje autistisch, vul maar in. Maar hij is behoorlijk gestoord, daar kan Hamlet nog een cursus bij volgen. Dat soort denken resoneert in mijn bezig zijn met ‘Equus’. Daarin is sprake van een abnormale situatie. Een psychiater wordt geconfronteerd met een gruwelijk verhaal: een jongeman heeft in een vlaag van waan, van psychose, zes paarden de ogen uitgestoken. Schrijver Peter Shaffer had dat waar gebeurde gegeven gehoord van een vriend. Hij wist niets van medische dossiers, kende geen achtergronden, kreeg alleen dat krantenbericht. Hij is zijn eigen theaterverhaal gaan schrijven. Dat fascineert me. De psychiater is bij hem de norm. Arts, zes jaar specialisme, kinderpsychiater in een provinciaal ziekenhuis, overwerkt. Dan krijgt hij deze patient erbij. Die jongen is geïsoleerd opgevoed, religieuze moeder, wat linksige vader, geen vriendjes, tikje autistisch. Vanaf z’n twaalfde is hij met paarden bezig, op een paard zitten ervaart hij als goddelijk, hij beleeft zijn eerste sexuele ervaring op de rug van een paard. Die fascinatie neemt extreme vormen aan, die jongen creëert zijn eigen geloof, verzint rituelen die hij niet kan delen met anderen. Die psychiater is overwerkt, heeft een uitgeblust huwelijk, is geïnteresseerd in de Griekse mythologie, leest over de kracht van de Centaur, half mens half dier, gewoon zoals je boeken leest of postzegels verzamelt. Maar het is iets dat hij niet kan delen met zijn vrouw. Hij wordt door die patient gedwongen na te denken over zijn eigen tekortkomingen. Wat stelt mijn leven voor? Zijn vrouw zit te breien voor het weeshuis, ze hebben een goed inkomen, maar het is godvergeten saai. Hij vraagt zich af of hij echt in staat is om kinderen te helpen. En wat betekent helpen? Platspuiten? Electro therapie? Lobotomie? Wat blijft er dan van iemand over? Dan maak je iemand mentaal dood. Associaties met ‘One flew over the cuckoo’s nest’, ‘Clockwork orange’. Welk ingrijpen is gerechtvaardigd? Hoe abnormaal mag normaal zijn? Hoeveel gekte heb je nodig om te leven? Dat is privé ook mijn eigen gevleugelde vraag. Komt die psychiater ongeschonden uit dat proces? Nee, is het antwoord.”.

Afwijkingen

Het is altijd spannend wat Johan Doesburg met zijn theater wil. Van zijn destijds spraakmakende ‘Het vuil, de stad en de dood’ tot en met zijn net zo prikkelende Houellebecq-bewerking (‘Elementaire deeltjes’) en ‘Hollandse Spoor’. Ondertussen met steeds meer autoriteit de reis langs de Grote Klassieken makend. Van zijn ‘Troilus en Cressida’(1995) naar ‘Medea’ (2008). Doesburg houdt niet van kant-en-klaar, niet van het voor de hand liggende. Hij houdt van de rafels. Zoekt de confrontatie. Maar hij wil daarin niet oppervlakkig zijn, woelt naar elementen uit de diepte van een stuk, komt er vaak met twijfels uit in plaats van met antwoorden. En legt die twijfels aan zijn publiek voor. Om mee te denken. “Er is een enorme belangstelling voor de psychiatrie”, zegt hij. “Het lijkt erop dat een samenleving die steeds ingewikkelder wordt, steeds meer afwijkingen produceert. Neem het aantal etiketten dat al aan kinderen op de lagere school wordt uitgedeeld. Dat neemt gigantisch toe. Adhd, cod, en weet ik veel wat nog. We zitten in een samenleving die steeds exacter te werk gaat, hogere eisen stelt. Je ziet steeds meer mensen buiten de boot vallen. Kortgeleden las ik een interview met Trudy Dehue. Een filosofe en psychologe die een boek geschreven heeft over de ‘depressie-epidemie’. De betekenis van het woord depressie is opgerekt. Zoveel jaar geleden was het woord voorbehouden aan mensen die hun bed niet meer uitkwamen. Nu wordt het begrip te pas en te onpas gebruikt. Het gaat er haar niet om dat het ‘vals’ gebruikt wordt. Het gaat haar om het gevoel áchter dat gebruik. Gevoelens van onbehagen. Volgens haar zijn er een miljoen mensen van de zestien die we in ons land hebben, bezig met cursussen die te maken hebben met depressie. Dat is schrikbarend. Niet dat iedereen medicijnen slikt, of onder behandeling is. Maar men is er op een of andere manier mee bezig. Er is meer ongeluk dan vijftig jaar geleden, lijkt het wel. Toen hadden we nauwelijks vakantie, werkten zes dagen per week. Hadden we toen misschien geen tijd om uit de boot te vallen? Is er sprake van een materieel onbehagen? Het bekende ‘mijn buurman heeft het beter’? Wat is de norm?”

Isolement

Het brengt het gesprek naar ‘Tirza’, Doesburgs volgende regie in de tweede helft van het seizoen. Door hem en dramaturge Sophie Kassies wordt hard gewerkt aan de ‘vertaling’ van het dikke boek naar het theater. “ ‘Tirza’is ook een afwijker”, stelt Johan Doesburg. “Sommige mensen braaktn van het boek, anderen vinden het geweldig. Ik vind het ‘t beste dat Grünberg tot nu toe geschreven heeft. Hier heb je iemand die normaal líjkt. Een meneer Jörgen Hofmeester, een keurige bewoner van Nederland. Heeft Duits gestudeerd en is expert op het gebied van de experimentele poëzie in Oost-Duitsland. Hij heeft een baan bij een uitgeverij, een vrouw die stillevens schildert, twee hoogbegaafde dochters, woont in Amsterdam Zuid, in het betere stukje van de Van Eeghenstraat. Geweldig gezin, denk je. Maar dat alles wordt hem ontnomen. Hij raakt zijn spaargeld kwijt, zijn baan, zijn vrouw gaat weg, zijn oudste dochter begint in Frankrijk een ‘bed and breakfast’, die schrijft hij af. Zijn jongste dochter Tirza blijft over. Die moet alles waarmaken. Als ook dat fout loopt, dreigt Hofmeester zijn grip kwijt te raken. Dat zorgt ervoor dat hij, net als die jongen in ‘Equus’ in een isolement terecht komt. En vanuit dat isolement alles beschadigt dat hij liefheeft”.

Bijzonder is dat datzelfde ‘Tirza’ óók verfilmd gaat worden. Op het Haagse toneel zal Kees Hulst de centrale figuur van Hofmeester gaan spelen, in de film doet Gijs Scholten van Aschat dat. Regisseur van de film-Tirza wordt Rudolf van den Berg. Maar Johan Doesburg is het eerst. “Heel knap dat wij de rechten gekregen hebben”, vindt hij, “want er werd wel aan getrokken. Door Theu Boermans, door Toneelgroep Maastricht. En we hebben die rechten zonder voorbehoud gekregen, we hoeven het script niet door Grünberg te laten goedkeuren”. En onderweg van boek naar script zal er behoorlijk gesleuteld moeten worden. Want Grünbergs boek gaat letterlijk en figuurlijk nogal wat kanten op. Film kan dat laten zien, toneel kan – zegt Doesburg – meer woordjes gebruiken en meer reflecteren. “Die Hofmeester komt in Afrika in een zandstorm terecht, vergelijkbaar met de storm in ‘King Lear’. Wij vinden dat Grünberg het in ‘Tirza’ heeft over onze westerse samenleving. Over de infectie van het westerse denken, over de westerse intellectueel op z’n retoer, na September 11. Die zaken geven allemaal ‘acte de présence’ in die figuur van Hofmeester. Er worden grote vragen gesteld in het boek. Ik vind het geestig én gruwelijk. Maar ook ontroerend”.

Paardenkoppen

Aan het gevecht met de vormgeving van Grünbergs complexe bestseller is Johan Doesburg voorlopig nog niet toe. Alleen in gedachten misschien. Wanneer we elkaar spreken is hij nog druk bezig met de repetities en de vormgeving van ‘Equus’. En ook daarin wil Doesburg z’n eigen gang gaan. “Auteur Peter Shaffer schrijft nadrukkelijk een aantal acteurs als paarden voor. Met een soort stalen geraamtes, op een verhoging. Dat was misschien een mooi beeld in 1973, maar ook statisch. Acteurs kunnen er niet veel kanten mee uit. Ik vind dat te dwingend”. Toen Peter Shaffer zijn stuk schreef was hij voornamelijk bekend van zijn historische theaterstuk ‘The Royal Hunt of the Sun’(1964), over de verovering van Peru. Met rites, dans en muziek in de zestiende eeuw. Zijn bekendste werk, ‘Amadeus’ – over Mozart en Salieri – ‘kwam zes jaar nadat hij ‘Equus’ schreef. Voor dat stuk kreeg hij meteen een Engelse en een Amerikaanse toneelprijs. Ook daarin speelde hij met de vorm. Je zou het stuk een kruising tussen een ‘suspense thriller’en een psychologsich drama kunnen noemen. Met de paarden als een klassiek Grieks koor. Doesburg zit nog midden in het proces om dat nieuwe van Shaffer-toen, een hedendaagse, persoonlijke vorm te geven. “Ik ben nu aan het werk met drie dansers die de ziel van paarden kunnen representeren. De kracht, de natheid, de geilheid. Of ze zijn op de achtergrond in een bewegingspatroon bezig, of ze komen langzaam naderbij om een rol te spelen als de psychiater praat. Misschien werk ik met projectie van paardenogen op de achtergrond. De middelen zijn wat ongebruikelijk, maar dat is mijn uitdaging. Ik heb een voorstelling van ‘Equus’ in New York gezien met die jongen die Harry Potter speelt in de hoofdrol. Daar hadden de acteurs wel paardenkoppen op. En op het moment dat die paarden de ogen uitgestoken werden, gingen er lampjes branden. Nou, nee. Ik zoek naar beelden waarin het religieuze en dat erotische uit de gedachtenwereld van die jongen gestalte krijgen. Beelden voor de nachtmerrie en de chaos bij hem. Ik ben volop op zoek naar ingredienten waardoor aan het eind van de route de fascinatie van de psychiater voor de jongen en Het Paard en het effect op zijn eigen leven helder moet zijn. Want hij zegt dan letterlijk: “Ik voel me alsof ik met een bit in mijn mond zit. Ik zit klem met een bit. Ik ben dat paard geworden waarover die jongen droomde”.

 

 
Equus trailer
Equus trailer
Pieter van der Sman
Antoinette Jelgersma
Jobst Schnibbe
Ben Ramakers
Nele van Rompaey
Eva Marie de Waal
Anne Rats (stagiaire)
Jerrel Houtsnee (dans)
Maarten van Grootel (dans)
Ruben Solognier (dans)
Tekst  Peter Shaffer
Regie   Johan Doesburg
Vertaling  Johan Boonen
Dramaturgie  Costiaan Mesu
Toneelbeeld  Niek Kortekaas
Kostuums  Dorien de Jonge
Muziek  Harry de Wit
Licht  Reinier Tweebeeke
Choreografie/video  Betsy Torenbos