Maria Kraakman speelt Eline Vere bij het Nationale Toneel. Over een schalkse zigeunerin, met een keel vol melodieën.
Trouw 23-08-2007
Maria Kraakman speelt Eline Vere bij het Nationale Toneel. Over een schalkse zigeunerin, met een keel vol melodieën.
Hoe een lasso om Eline Vere heen te werpen
door Arend Evenhuis
Ze antwoordde niet meteen met ‘ja', maar haar hoofd knikte wel ogenblikkelijk, toen zij telefonisch gevraagd werd de tragische titelrol uit Louis Couperus' ‘Haagse Roman' te vertolken. Zelf weet Maria Kraakman ook niet waarom het Nationale Toneel juist haar als ‘Eline Vere' verkoos.
In ieder geval dacht de directeur van het Nationale Toneel dat Kraakman ‘zo'n lekker somber personage' wel aan zou kunnen. En dus is Maria Kraakman vanaf eind december drie maanden lang Eline Vere, die ‘schalkse zingara' (zigeunerin) met ‘haar keel vol melodie'.
Het is nog veel te vroeg om nu al iets over de voorstelling te zeggen. Het script is nota bene nog niet eens voltooid en de première staat gepland voor 22 december. Maar onverschrokken probeert Kraakman al een lasso om Eline Vere heen te werpen.
Die ingewikkelde vrouw, dat Haagse meisje, de Nederlandse Hedda Gabler of Emma Bovary. Het is Couperus zelf die zijn vuistdikke romandebuut uit 1889, dat eerst als feuilleton in Het Vaderland verscheen, met een klinkende volzin in het zesde deel van het 35ste hoofdstuk samenvat (en haar door doet naderen): "Zij was moe van haar lange dag van nietsdoen en halve waanzin, en zij wilde zich vroeg ter ruste." Fascinerend noemt Maria Kraakman het: "Hoe Eline alles verromantiseert, alsof zij van buitenaf naar zichzelf kikt, alsof zij al een romanfiguur is. Ze beelft nooit het moment écht."
"Ik denk dat Eline talent heeft om te zwelgen, ze is manisch. Dat heeft ook met haar jongzijn te maken: uitzoeken wat en wie je bent, bij wie je wilt horen. Zelf ken ik dat ook wel, het zoeken naar een plek waar je je bij vrienden, in het theater thuis voelt. Lang was ik in de war of ik nou een ‘maker' of een ‘actrice' was. Actrices doen wat de regisseur zegt, makers denken over de vorm van de voorstelling tot en met decor en kostuums mee."
Opgeleid aan de toneelschool van Arnhem besloot Kraakman ‘een autonoom toneelspeelster, een meedenkend actrice' te willen worden en te zijn.
Aanvankelijk vond zij de roman langdradig en ouderwets, maar ze liet zich overtuigen toen regisseur Van der Sanden tegen haar zei: "Het lijkt gedateerd, maar het gaat om jonge mensen die zich vervelen en uitgaan, om het tijdloze vervelen." Dat weerspiegelt zich ook in de rolbezetting, allemaal ‘amper-dertigers'.
"Eline beseft dat zij maar kort jong is. Jawel, ze bloeit wel, maar ze is tegenstrijdig: ze kan zingen, ze kan hele gezelschappen vermaken. Alleen: ze moet daar wel zin in hebben, ze is wispelturig."
Wat Maria Kraakman zou doen als Eline Vere haar hedendaagse vriendin blijkt te zijn? "Ik denk dat ik niks tegen haar zou zeggen. Wat in ‘r nek kriebelen als ze weer eens een monoloog afsteekt. Als ze maar niet achter m'n man aangaat, want ze is niet helemaal te vertrouwen. Ik zou haar laten uitrazen, en dan luisteren naar wat ze nou echt te zeggen heeft."