|
Driestuiversopera
08 maart - 19 juni 2011
Interview Walter Ligthart
De Stentor, 25 februari 2011
Door: Herman van Amelsvoort „Elke keer als ik een repetitie heb bijgewoond krijg ik goede zin“, zegt Walter Ligthart. Een gesprek over Deventer, de schouwburg, bezuinigingen, het Nationale Toneel en meer. Ligthart werkte 22 jaar bij Twynstra Gudde als organisatie-adviseur. Drie jaar geleden kwam hij bij de Deventer Schouwburg als directeur ad-interim. Hij sprong in het gat dat directeur Yolanda Mergler achterliet „Wat ik aantrof was een schouwburg die het zakelijk niet slecht deed, maar het elan wat kwijt was. Dat gold ook voor de medewerkers. Wat ik gedaan heb is de ramen en de deuren openzetten.“ Ook de voorgenomen verbouwing van de schouwburg liep gevaar. „De wethouder trapte op de rem. Hij wilde dat wij eerst onze plek in de stad bepaalden. Na een half jaar hadden we de schouwburg weer op de kaart gezet, in de stad en in de politiek. In mijn laatste week kwam het positieve advies.“ Begin dit jaar werd Ligthart aangesteld als zakelijk directeur bij het Nationale Toneel (NT) in Den Haag, na enkele maanden als ad-interim. „Ik heb de keus gemaakt voor deze sector. Ik hou van theater en muziek. Het is een inspirerende wereld.“ Een kind in een snoepwinkel? „Ja, ik ben nog steeds verwonderd. Maar als directeur moet je natuurlijk wel wat voor elkaar krijgen. Ik ben nu geen passant meer, maar ik kan echt iets neerzetten.“ De Deventenaar heeft zijn werkweek zo ingedeeld dat hij niet dagelijks heen en weer hoeft te reizen tussen Deventer en de Hofstad. „Ik heb een pied-à-terre in Den Haag en werk één dag in de week thuis.“ Voorlopig blijft hij in Deventer wonen. „We hebben het hier prima naar ons zin. Ik heb geen haast om uit Deventer te vertrekken. Er is hier veel cultureel aanbod. Het mooie aan Deventer is het formaat van de stad. Je kunt hier iets bereiken, het verschil maken.“ Ligthart is blij met de manier van programmeren van de Deventer Schouwburg. „Er wordt een breed aanbod neergezet, dus ook met het Nationale Toneel. Veel andere zalen zeggen dat toneel moeilijk te verkopen is en doen er minder aan.“ Hij arriveert in het Haagse op een moment dat er op een subsidiefront veel staat te gebeuren. Vast staat dat er 250 miljoen moet worden bezuinigd. „Het is een onzekere maar ook interessante tijd“, zegt Ligthart. „Er moeten keuzes gemaakt worden. Gezelschappen zullen afvallen. Wat overblijft wordt mogelijk groter en krijgt meer taken. Hij beaamt dat de bezuinigingen voor het NT ook een ‘blessing in disguise’ zijn. Ook voor de theaters is een kleiner aanbod overzichtelijker, meent Ligthart. „Er wordt nu heel veel geproduceerd en de theaters komen nauwelijks door die brij heen. We moeten zoeken naar een manier dat het minder kan én beter.“ Hij heeft voor het NT vertrouwen in de toekomst. „We gaan niet stilzitten en bukken, in de hoop dat het ons niet zal treffen. We hebben een visie. We willen van het Nationale Toneel het toneelgezelschap van Nederland maken. Net zoals het Concertgebouw en het Concertgebouworkest dat in de muziekwereld zijn, moet de Koninklijke Schouwburg in Den Haag en het Nationale Toneel dat worden voor de toneelwereld. We zitten niet bij de pakken neer.“ Het NT is nu al één van de grote gezelschappen van Nederland, dat per jaar zo’n 450 voorstellingen geeft. „Het aantal mensen dat hier werkt, varieert van 60 tot 130. Afhankelijk van de producties.“ Het gezelschap speelt niet alleen klassiekers. De nieuwe artistiek directeur Theu Boermans van het NT heeft eerder ook de musical ‘Soldaat van Oranje’ op vliegbasis Valkenburg geregisseerd „Die voorstelling is kwalitatief uitstekend en er komt avond na avond 2000 man publiek op af.“ Ligthart wil de combinatie van zakelijk en artistiek succes ook bij het NT bereiken. Een complicerende factor daarbij is het reizen langs de theaters. „Het is de vraag of het voortdurende opbouwen en afbreken wel effectief is. Natuurlijk is het belangrijk dat iedereen op een redelijke afstand van zijn huis naar het theater kan. En ik wil niet het reizen afschaffen maar we denken wel na over hoe we dat slimmer kunnen aanpakken. Een productie is een grote investering en na een paar maanden is het voorbij. Nergens meer te zien. Het zou mooi zijn om het op de plank te hebben en te kunnen herhalen. En niet alleen om de kosten te drukken maar juist in het belang van het publiek.“ Het NT ondervangt dat probleem al enigszins door het stuk ‘De Driestuiversopera’ 19 keer te spelen in het ‘huistheater’ Koninklijke Schouwburg.
Driestuiversopera van Bertolt Brecht |
Fragmenten De Driestuiversopera
Anniek Pheifer
Mark Rietman Betty Schuurman Peter Tuinman Bien De Moor Eva Smid Frans van Deursen Rosa Mee Jan-Paul Buijs Jaap Dieleman Kasper Tarenskeen Joey Mensink (stagiair) Oscar Aerts (stagiair) Rianne Botma (stagiaire) Simon Heijmans (stagiair) Sophie Schut (stagiaire) Sophie Wolke (stagiaire) Steven Joles (stagiair)
Tekst
Bertolt Brecht
Oorspronkelijke vertaling Elisabeth Hauptmann Componist Kurt Weill Regie Franz Marijnen Dramaturgie Karim Ameur Kostuums Arien de Vries Decor Marc Warning Vertaling Geert van Istendael Muzikale leiding Jaap Dieleman Muziek Asko|Schönberg Lichtontwerp Gé Wegman Regieassistentie Lotte Bos Lara Wakelkamp (stagiaire) |












