|
Driestuiversopera
08 maart - 19 juni 2011
Recensie De Driestuiversopera
Toneel.blog.nl, 15 maart 2011
Door: Ester van Aalst In de Driestuiversopera staat de wereld op zijn kop. Bedelaars, oplichters, hoeren en criminelen beheersen de straten van de Londense wijk Soho. Stiekem trouwt de superboef Mackie Mes met Polly, de dochter van de bedelaarskoning Peachum. Dat schiet bij Peachum in het vereerde keelgat en hij geeft Mes aan bij de politie. De corrupte politiechef Brown laat Mes echter weer ontsnappen. Peachum wordt woest en driegt de komende kroning van de nieuwe koningin te verstoren. En dan is er voor Mes een ontsnappen meer mogelijk. In de Driestuiversopera zorgt iedereen het best voor zichzelf: ‘Eerst het vreten dan de moraal’. Een jaar voor de grote beurskrach in 1929 schreef Brecht de Driestuiversopera, waarin hij de de valkuilen van het kapitalisme veroordeelde. De Diestuiveropera was een zeer succesvolle samenwerking tussen Bertolt Brecht en de Kurt Weil. Deze opera, die geen opera is, bevat 22 liederen waarvan sommigen zelfs een tweede leven hebben gekregen. Mack The Knife is later vertolkt door ander andere Tom Waits, Louis Armstrong, Robbie Williams en natuurlijk Frank Sinatra. Een verteller (stem van Eric Schneider) introduceert het kleurrijke gezelschap dat zich op het toneel bevindt. Dan barst meteen het eerste lied los. Het lastige van in het Nederlands zingen is dat het vaak slecht te verstaan is. In de eerste liederen is de mooie vertaling van Geert Istendael prima te verstaan. Later in de voorstelling zakt die verstaanbaarheid af. De verschillende decors worden gemaakt en gebracht door Piaggio Ape’s, italiaanse driewiel-bestelwagentjes. Het is bijzonder om te zien dat een heel huis in en op zo’n klein karretje kan worden meegenomen. Soms ‘dansen’ drie van deze wagentjes over het toneel. Dat moet, ook achter het toneel een leuke, logistieke puzzel zijn geweest. De karakters worden lekker vet neergezet. Dat kan ook bijna niet anders als je Peter Tuinman (Peachum) in een half gebloemd pak laat rondlopen. Of zijn vrouw in een prachtige jurk met een lichtrose pruik. De voorstelling lijdt wel onder die prachtige vormgeving. Dat wat een rauwe samenleving van bedelaars, oplichters, hoeren en criminelen zou moeten zijn, is te gepolijst, te gestileerd. De aanklacht tegen het kapitalisme komt in deze uitvoering niet uit de verf. Toch maken de muziek, de liederen en de vormgeving het tot een mooie voorstelling. De vraag is echter of dit de bedoeling van Brecht was. Destijds kreeg hij het verwijt dat ‘de bomen in het theater van Brecht nooit bladeren hebben’. Dat is in deze voorstelling, figuurlijk gesproken, wel het geval. Maar het warme spel van Tuinman en het hartverscheurende lied van Jenny (Bien de Moor), over hoe de mens zijn eigen immoreel gedrag rechtvaardigt, had ik niet willen missen. Het Nationaal Toneel brengt de Driestuiversopera in samenwerking met het Akso|Schonberg. De regie is in handen van Franz Marijnen. De voorstelling is tot en met 19 juni in de Nederlandse theaters te zien. |
Fragmenten De Driestuiversopera
Anniek Pheifer
Mark Rietman Betty Schuurman Peter Tuinman Bien De Moor Eva Smid Frans van Deursen Rosa Mee Jan-Paul Buijs Jaap Dieleman Kasper Tarenskeen Joey Mensink (stagiair) Oscar Aerts (stagiair) Rianne Botma (stagiaire) Simon Heijmans (stagiair) Sophie Schut (stagiaire) Sophie Wolke (stagiaire) Steven Joles (stagiair)
Tekst
Bertolt Brecht
Oorspronkelijke vertaling Elisabeth Hauptmann Componist Kurt Weill Regie Franz Marijnen Dramaturgie Karim Ameur Kostuums Arien de Vries Decor Marc Warning Vertaling Geert van Istendael Muzikale leiding Jaap Dieleman Muziek Asko|Schönberg Lichtontwerp Gé Wegman Regieassistentie Lotte Bos Lara Wakelkamp (stagiaire) |












