|
De Kersentuin
10 november - 13 februari 2010
Interview Erik Vos
Erik Vos over Tsjechovs ‘De Kersentuin’: “Een briljant stuk”
“Ik ben blij dat ik het Tsjechov-realisme kwïjt ben” ‘Als zwervers op een ijsschots, als reizigers op een oud perron’ Door Bert Jansma Den Haag - “Dit is misschien wel de laatste keer dat je me aan het werk ziet”, zegt Erik Vos tijdens de repetities voor ‘De Kersentuin’. Niets dramatisch in dat zinnetje. Gewoon, een nuchtere constatering tussendoor. Want het is al op z’n minst zeer bijzonder dat toneelleider en toneelvernieuwer Vos, 80 jaar inmiddels, aan de opdracht voor het Nationale Toneel begon om nog een keer een grote produktie voor de grote schouwburgen neer te zetten. Erik Vos en Anton P. Tsjechov. Ze kennen elkaar al enige tijd. Als leraar op de Amsterdamse Toneelschool regisseerde Vos lang geleden zijn eerste Tsjechov, de eenacter ‘De beer’, toen met leerling Carol Linssen in de hoofdrol. Bij De Appel kwamen er de grote regie’s van ‘Oom Wanja’en ‘De drie zusters’. Dit is zijn eerste ‘Kersentuin’. “Een briljant stuk”, vindt Vos, ”ik weet niet of dat de reden is dat ik het nooit geregisseerd heb, maar het is een briljant stuk”. Vaudeville Tijdens de repetitie-periode kon je bij het gezelschap de acteurs al bewonderend horen over hoe diepgaand Vos’ kennis van Tsjechov en zijn ‘Kersentuin’ was. Vos lacht fijntjes: “Ik heb na mijn regie van ‘Maria Stuart’ bij het Nationale Toneel drie jaar de tijd gehad me voor te bereiden. Ik heb alles van Tsjechov weer herlezen. De brieven aan actrice Olga Knipper, aan regisseur en toneelleider Stanislavski, aan vrienden. Een van de dingen daaruit die sterk tot mij sprak was toch echt de blijspelkant van het stuk. Tsjechov zegt niet ‘blijspel’, hij zegt niet ‘klucht’. ‘Het is een vaudeville’, schrijft hij aan Olga. In een andere brief schrijft hij: ‘Stanislavski doet veertig minuten over die laatste scène, die moet nog geen twintig minuten duren, minder dan de helft. Hij heeft mijn stuk geruïneerd’. Hoe meer ik Tsjechov lees, hoe meer ik denk dat dat niet een spel van hem is, maar dat hij het meent. Want ‘De Kersentuin’ is soms zo verschrikkelijk komisch, met zulke absurde dingen, met zo’n stel ‘Weltfremde’ mensen. Je denkt aan de ene kant: nou, die kunnen langzaam afgevoerd worden. Maar het zijn mensen van wie je wél houdt. Een van de acteurs zei tijdens de repetities: ‘Je kunt wel merken dat Tsjechov een arts was. Hij geeft erg veel om z’n patiënten’. En dat is zo. Tsjechov beoordeelt niemand negatief”. Tolstoj In de vele commentaren die over Tsjechov en zijn werk zijn geschreven, duikt steeds het beeld op van tijden die veranderen, van het oude Rusland dat failliet is, bomen en boomgaarden die tragisch omgehakt worden. Vos: “Er wordt wel eens gezegd dat Tsjechov tégen industrialisatie was. Helemaal niet. Hij spreekt zich er vaak over uit. In een brief aan Tolstoj schrijft hij: ‘Ik vind het prachtig dat jij een vegetariër bent, maar het helpt niets. Wat wel helpt zijn electriciteitscentrales, scholen, ziekenhuizen, fabrieken. De maatschappij zal moeten veranderen, daar helpt jouw vegetarisme niets bij’. Tsjechov wil best bossen behouden, niet alles laten omhakken, maar hij zegt ook dat er een ontwikkeling moet komen in Rusland, want zó kan het niet. Lopachin die de kersentuin koopt, is geen harde zakenman. Hij is een alleraardigste man, maar hij zegt wel: ‘Lieve mensen, je kunt niet in dat huis blijven zitten en niks doen. Die kersenbomen leveren niets meer op’. Weet je dat Tsjechov de titel van het stuk veranderde? Eerst was het ‘Visnjevy sad’, hij maakte er later ‘Visnjovy sad’ van. Het eerste staat voor een kersenboomgaard die nog heel goed kersen oplevert, het tweede voor een boomgaard die nog wel bloeit, maar waar de bomen geen vruchten meer geven”. Absurd Het woord ‘absurd’ valt een paar keer in Erik Vos’ verhaal over zijn regie. Zelfs de naam van de vader van het moderne absurde theater valt, Samuel Becket. Vos: “In een brief vraagt Olga Knipper aan Tsjechov ‘wat het leven is’. Tsjechov schrijft dan terug: ‘Je kunt net zo goed vragen wat een peen is. Een peen is een peen. Verder heb ik niks over het leven te melden. Het is een absurde serie ontmoetingen’. Toen ik met decorontwerper Tom Schenk begon te werken aan de ‘Kersentuin”, heb ik gezegd: de personages zijn als een stel zwervers. Zwervers op een ijsschots. En die ijsschots zie je heel langzaam wegdrijven. Dat beeld en dat gevoel wilde ik hebben. Je ziet ook geen echt landhuis. Ja, een papieren huisje, dat staat in het begin op het toneel, maar dat gaat omhoog, verdwijnt langzaam. Het toneel is als een oud station, een Gare du Nord, Hamburg, München. Zo’n oud perron waar mensen een laatste gesprek hebben. Die gaat naar de trein, die komt uit de trein, die heeft z’n bagage er net in gezet. Bij mij zie je de koffers van de personages de hele avond achterop het toneel. Mensen die op het punt staan om een reis te gaan maken. Dat bedje uit de oude kinderkamer van het huis zal alle vier actes op het toneel staan. Want iedereen heeft in dát bedje gelegen. Ik ben blij dat ik het klassieke realisme van Tsjechov-opvoeringen kwijt ben”. Nieuwe vertaling Erik Vos maakte zelf een nieuwe vertaling van Tsjechovs ‘Kersentuin’: “De slaviste Anita Roeland heeft mij adviezen gegeven. Ik denk dat alle bestaande Nederlandse vertalingen zeker anderhalf keer zo lang zijn als de Russische tekst. Als er in het Russisch staat: ‘Ga je mee eten?’, is het Nederlandse antwoord: ‘Nou graag, ik wil graag met je gaan eten’. Terwijl het Russische antwoord in feite alleen maar is: ‘Graag’. Ik heb twee Engelse vertalingen op tafel gehad, een Duitse en vier Nederlandse. Samen met mijn vrouw (schrijfster Inez van Dullemen) heb ik naar zo scherp mogelijke formuleringen gezocht. Ik heb het gezelschap uitvoerig verteld dat ik een nieuwe tekst heb samengesteld omdat ik bij die oude vertalingen teveel rommel vind. Stefan de Walle die Lopachin speelt zei: ‘Ik vind het net Becket’. Nou dank je, zei ik, daar heeft het veel mee te maken”. Hij gaf zijn acteurs aan het begin van de samenwerking nog meer bijzondere informatie. Zoals zijn teksten waarin hij het toneel dat hij wil vergelijkt met schilderkunst. ‘Bij Tsjechov vormen al die klein en scherp getekende dialogen en scènetjes een weefsel dat veel openlaat’ schrijft Vos daarin en hij zet er een stilleven van Cézanne bij: ‘l’art inachevé’, de onvoltooide kunst. Hij liet de acteurs de schetsen zien die Picasso maakte naar een schilderij van de Infante van Velasquez. En zegt daarbij: “Ik ben er niet vies van wanneer het publiek straks het gevoel zal hebben dat er ‘sketches’ worden gespeeld”. Al ruim vijftig jaar maakt Erik Vos theater. Toneelgroep De Appel is zijn geesteskind. Is werken in opdracht van het Nationale Toneel anders dan werken in die oude remise van de paardentram in Scheveningen? “Eigenlijk niet”, zegt Vos. “Ik heb wel heel veel geleerd van de ‘masterclasses’ die ik geef aan de toneelscholen in Maastricht en Amsterdam. Ik ben meer ontspannen. Ik ben opener voor wat de acteurs doen: Ga je gang maar, onderzoek maar. Ik duw ze dan wat meer die kant of die andere kant op. Ik ben niet makkelijker geworden, maar ik kijk beter naar wat zij doen, naar wat acteurs aanbieden. Vroeger vond ik vaker dat ik gelijk had. Nu heb ik iets van: Ja, misschien is het zo inderdaad beter.” |
De Kersentuin Trailer
Herfst
Beluister hier de muziek die Matthijs Vos speciaal voor De Kersentuin componeerde.
Anne Prakke Annemaaike Bakker Anniek Pheifer Bas Keijzer Betty Schuurman Bien De Moor Hubert Fermin Jelle de Jong Stefan de Walle Vincent Linthorst Wim Meuwissen Manoushka Kraal (vervangt Anniek Pheifer vanaf 12.01.2010)
Tekst
Anton Tsjechov
Regie Erik Vos Dramaturgie Karim Ameur Decor Tom Schenk Kostuums Elena Mannini Muziek geluidsdecor Matthijs Vos Licht Fredy Deisenroth Live muziek Leden van Shtetl Band Amsterdam Iefke Wang (viool) Michiel Ockeloen (accordeon) Jules Kirch (contrabas) |










