Jeanne d'Arc

Beste toeschouwer, 

Het verheugt me zeer dat ik aan u een van mijn gekoesterde toneelstukken mag voorstellen. Schillers tragedie Die Jungfrau von Orléans gaat over het ontstaan van een natie, over burgeroorlog, religieus fanatisme en de mythe van Jeanne d’Arc. Sinds eeuwen de patroonheilige van revolutonairen en wereldverbeteraars, maar ook van reactionairen en nationalisten. Toen Friedrich Schiller zijn stuk rond 1800 schreef, portretteerde hij Jeanne als een zuiver personage dat in conflict raakt met haar ideologie en haar gevoel. Hij laat haar niet op de brandstapel sterven. Bij hem overwint het idealisme.

Tot op de dag van vandaag spiegelen zich in het meisje uit Lotharingen actuele conflicten. Terwijl Marine Le Pen zich opstelt als een moderne Jeanne d’Arc, voeren jonge islamitische strijdsters goddelijke opdrachten uit. De vraag die mij motiveerde dit klassieke stuk in deze tijd te ensceneren is wat drijft jongeren toen en nu tot extremistische gedachten en daden? Hoe komt een jong meisje erbij mannen af te zweren en in opdracht van God de wereld te redden?

Jeanne is een meisje uit een religieus gezin dat op zoek is naar zingeving in een land dat al bijna honderd jaar in chaos verkeert. Ze krijgt een visioen en een opdracht. Ze stort zich in de oorlog. Ik laat de prachtige taal van Schiller intact. De uitdaging is om dit romantische meesterwerk zo te brengen dat het u meesleept en dat u ziet dat Jeanne’s probleem ook een hedendaags probleem is.

Ik wens u een mooie voorstelling toe!

Theu Boermans, regisseur 

“Ik ben de strijdster van de hoogste God, ik kan geen vrouw zijn voor een man.”

Jeanne, 3de bedrijf, 4de scène

Het verhaal

In het jaar 1430 - tegen het einde van de Honderdjarige Oorlog - lijkt Frankrijk hopeloos verloren. Het Engelse leger heeft een grootdeel van het land bezet en de kroonprins Charles staat op het punt het op te geven. Zijn getrouwen hebben hem in de steek gelaten, zijn neef – de hertog van Bourgondië – en zijn eigen moeder Isabeau vechten met de Engelsen mee. Wanneer bekend wordt dat de strategisch zeer belangrijke stad Orléans door de Engelsen wordt belegerd, kondigt Jeanne d’Arc - de 17-jarige dochter van een boer uit Lotharingen - aan dat zij het vaderland zalredden. Daartoe heeft ze een heilige opdracht gekregen. Aan het hof in Chinon, waar Charles verblijft, arriveert het bericht dat een geharnaste jonge vrouw, als een krijgsgodin, mooi en tegelijk verschrikkelijk om aan te zien, een veldslag voor de Fransen heeft gewonnen. De Engelsen zouden 2000 man hebben verloren, de Fransen niemand. Jeanne verschijnt zelf aan het hof en vertelt van haar goddelijke missie: zij moet Charles naar Reims leiden om daar gekroond te worden als koning van alle Fransen.

Door geen gevoelens toe te laten en een blind werktuig van God te zijn, kan ze al dit heerlijke op aarde volbrengen. Ze wordt aan het hoofd van de Franse troepen geplaatst en wint een beslissende slag. Maar wanneer ze op het slagveld plotseling  egenover de Engelse legeraanvoerder Lionel staat en hem in de ogen kijkt, kan ze hem niet doden. Een gevoel van liefde maakt zich van haar meester en in haar verwarring denkt Jeanne dat ze daarmee haar gelofte aan God verbreekt. Ze verliest alle geloof in zichzelf. Ze kan niet meer voldoen aan de onverbiddelijkheid die ze zichzelf heeft voorgeschreven. Haar eigen ideaal brengt haar ten val. Daarom kan ze haar vader ook niet van repliek dienen, wanneer deze haar tijdens het kroningsfeest in Reims ervan beschuldigt duivelse kunsten te gebruiken. Jeanne wordt verbannen en vervolgens gevangengenomen door koningin-moeder Isabeau. Zij draagt haar over aan de Engelsen. Daar ontmoet ze Lionel weer.

Theu Boermans over Jeanne d'Arc

Voor regisseur Theu Boermans is het vooral Jeanne d’Arcs meerduidigheid die haar als personage interessant maakt: “Haar verhaal kan voor van alles en nog wat worden ingezet. Franse nationalisten gebruiken haar in de strijd tegen vreemdelingen en hijsen haar op het schild als een nationaal symbool. Voor de Kerk is ze een heilige. En voor feministen is Jeanne als strijdster ook een mooi symbool. Elke man in haar omgeving wil haar immers in een vrouwenrol dwingen, maar zij eist het recht op om kort haar en mannenkleding te dragen. Ze voert zelf het woord, verdedigt zichzelf tijdens haar proces. Ze was een sterke vrouw. Jeanne hoorde ook stemmen. Had ze een spirituele gave, was ze schizofreen of godsdienstwaanzinnig – of misschien alles tegelijk? Het zijn die duidingsmogelijkheden die haar fascinerend maken.

“Wie, als wij het niet zijn? Wanneer, als het niet nu is?”

Jeanne d’Arc, 6 januari 1412 – 30 mei 1431

Daarmee kun je in 2017 haar verhaal weer op een heel nieuwe manier vertellen. In onze voorstelling gaat het om Jeanne als opgroeiend meisje. Ze is in de war vanwege de uitzichtloosheid, het geweld en de chaos om haar heen. Ze kan daar zo weinig morele houvast en zingeving uit halen, dat ze besluit zelf haar vaderland te redden. Daarbij gebruikt ze excessief geweld. Veel jonge mensen, in welke omgeving ze ook leven, worstelen met het feit dat de wereld corrupt, leugenachtig, opportunistisch en hypocriet is. Volwassenen vinden het een kwestie van volwassen worden om daar vrede mee te hebben. Maar die stap kunnen jongeren niet zetten, omdat ze zelf niet zo willen worden. Niet zij, maar de wereld moet veranderen. En dan is er een metafysische verantwoording nodig om het geweld dat daarbij gebruikt wordt, te legitimeren.

Voor mij is Jeanne een heel modern meisje, dat erg op zichzelf is en veel nadenkt en uiteindelijk tot die missie komt. Je kunt aan iemand als Tanja Nijmeijer denken, die zich aansloot bij de Colombiaanse guerrillabeweging FARC. Of moslimmeisjes die naar Syrië afreizen of met bomgordels in de weer gaan. Wat drijft hen daartoe? Het is fascinerend en afschrikwekkend tegelijk.” 

Friedrich Schiller en ‘zijn meisje’

Friedrich Schiller voelde zich betoverd door het magische verhaal van Jeanne d’Arc. Hij bestudeerde de procesnotulen en andere geschiedkundige bronnen. Op 14 juni 1800 begint hij te schrijven. Een half jaar later meldt hij enthousiast: “Alleen al de stof houdt me warm. Ik ben er met heel mijn hart bij en het stroomt ook meer uit mijn hart dan de vorige stukken.” In brieven en gesprekken noemt hij Jeanne liefdevol “mijn meisje”.

“De kunst is een dochter van de vrijheid.”

Friedrich Schiller in De esthetische opvoeding van de mens

Schiller wijkt in zijn stuk op twee belangrijke punten af van de historische feiten: Allereerst maakt hij van Jeanne een woeste krijgster die van zichzelf zegt: “De maagd ontmoeten is dodelijk.” Om bij het tragische conflict te kunnen komen moet hij haar als een razende amazone laten optreden: Op het slagveld kijkt Jeanne de Engelsman Lionel in de ogen en kan hem daarom niet meer doden. Haar menselijkheid raakt in conflict met haar goddelijke opdracht om maagd te blijven en de vijand niet te ontzien. Omdat ze het geloof in haar opdracht verliest, kan ze anderen ook niet meer bezielen. Door schuldgevoelens gekweld, zwak en zonder charisma, wordt ze in de boeien geslagen. Maar dan volgt – en dit is het tweede punt waarop Schiller van de historische feiten afwijkt – in het laatste bedrijf haar hernieuwde verheffing: Jeanne breekt uit haar boeien en stort zich in de laatste veldslag die door haar toedoen succesvol verloopt. Zijzelf raakt dodelijk gewond en sterft, met het beeld van het hemelse rijk voor ogen. Over dit fictieve einde van Jeanne d’Arc schreef Schiller aan Goethe: “Van mijn laatste bedrijf verwacht ik veel goeds. Omdat mijn heldin in het laatste bedrijf helemaal alleen is en van god en iedereen verlaten, komen haar zelfstandigheid en haar karakter duidelijk tot uiting. In het begin werd ze uitverkoren en aan het einde richt ze zich geheel op eigen kracht weer op.”
Zolang Jeanne verbonden is met de (veronderstelde) goddelijke wil, is ze krachtig. Maar dit is niet haar eigen verdienste. Ze handelt als een ‘slaapwandelaarster’. Pas nadat ze uit haar trance ontwaakt, na haar ‘val’ in de menselijkheid, kan ze zelfstandig echte menselijke grootsheid tonen. 

Romantiek en nationalisme

Waarom Schiller zijn stuk gebruikt om nationalisme te propageren 

Die Jungfrau von Orléans is een van de eerste romantische toneelstukken. Schiller oriënteerde zich bij het schrijven op Shakespeare: snelle scènewisselingen, de tegenstelling tussen natuur-cultuur, muziek, verschillende manieren van spreken. Maar ‘romantisch’ noemde hij zijn stuk ook vanwege de wonderen die erin plaatsvinden, vanwege de christelijke mythologie uit de late Middeleeuwen én door het visioen van het ontstaan van een nationale staat dat door het stuk heen schemert. Als idealist en romanticus droomde Schiller van een toekomstige verenigde nationale Duitse staat die zich over zijn burgers ontfermt en waarbinnen men in vrede en harmonie kan leven. Schiller had net de verovering van Europadoor Napoleon meegemaakt. Duitsland was geheel onder de voet gelopen. Het fenomeen ‘Napoleon’ leidde Schiller naar Jeanne d’Arc. Die Jungfrau von Orléans was zijn antwoord op de werkelijkheid van zijn tijd. Net als het Frankrijk van Jeanne in het begin van de 15e eeuw, was het Duitsland van Schiller rond 1800 een chaos. Het Duitse grondgebied bestond uit ruim 300 deelstaten met dictatoriale regimes die elkaar het licht in de ogen niet gunden. Schiller had als jongeman aan den lijve de terreur van een dergelijk regime ondervonden. De ‘heilige oorlog’ die Jeanne in Frankrijk ontketent, is zowel religieus als nationalistisch gemotiveerd. Dit verlangen naar een nationale eenheidsstaat is echter niet het nationalisme van Marine Le Pen of Geert Wilders: het nationale gevoel was nog niet besmet door de uitwassen ervan in de twintigste eeuw. Schiller wist: om nationalistisch te worden moest het volk worden bereikt. Er moest een emotioneel sociaal bewustzijn worden gecreëerd dat een ‘natie’ op kon bouwen onder meevoelend leiderschap. Het volk moest wakker worden geschud en dat kon het beste via de weg van het hart. Literatuur was daarvoor bij uitstek het middel. Het was de taak van de schrijver om literatuur te creëren, waarbij gebruik werd gemaakt van religieuze tekens, van wonderen en symbolen waarmee het volk zich gemakkelijk kon identificeren, De Middeleeuwse Jeanne d’Arc was bij uitstek zo’n symbool. “We maken in Die Jungfrau von Orléans mee hoe een natie uit de diepste nood ontwaakt en tot een vol zelfbewustzijn rijpt”, aldus Schiller.