Franz Marijnen

Franz Marijnen

Klik hier voor een artikel over NT regisseur Franz Marijnen geschreven door dramaturg Erwin Jans.

Franz Marijnen werd in 1943 in Mechelen (B) geboren. Zijn eerste professionele regie deed hij in 1967, nog voordat hij zijn regieopleiding voltooide. Franz Marijnen volgde zijn regieopleiding in Brussel. Van 1968 tot 1969 liep Franz Marijnen stage bij de Poolse theatervernieuwer Jerzy Grotowski aan het Teatr Laboratorium in Wroclaw.

Franz naar Amerika om daar aan verschillende universiteiten les te geven. Hij richtte er zijn eigen groep op: Camera Obscura (1973-1976).

In de tweede helft van de jaren zeventig begon hij de mogelijkheden van de grote zaal te ontginnen en raakte gefascineerd door de opera. Voor de Rotterdamse Toneelraad regisseerde hij in 1976 Het Liefdesconcilie (Panizza). Van de Toneelraad kreeg Marijnen de opdracht een repertoiregezelschap op te zetten. Dat werd het Ro-theater, waarvan hij van 1977 tot 1983 artistiek leider was.

Marijnen experimenteerde in zijn voorstellingen met interactie tussen theater, dans en live-muziek; gebruik van nieuwe mogelijkheden qua licht en visuele effecten; ontwikkeling van techniek en gesofisticeerde scenografie; het gebruik van video. Opera kon niet uitblijven: in 1979 regisseerde hij De Vliegende Hollander bij de Nederlandse Operastichting te Amsterdam.

Na zijn vertrek in 1983 ging Marijnen opnieuw aan de slag als free-lancer in België, Nederland en Duitsland. Hij maakte een aantal grote projecten waarvan Jules Verne en de rock-opera Ik Jan Cremer de meest memorabele zijn. In Antwerpen regisseerde hij in 1983 Aida. Met zijn regie van Ithaka (1986) van Otto Ketting werd het Muziektheater in Amsterdam geopend.
In 1993 aanvaardde Franz Marijnen het intendantschap van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg te Brussel. Daar werkte hij verder aan zijn ensceneringen van wat hij "de grote verhalen van de mensheid" noemde: Oedipus(1994), Oresteia(1996), De Misantroop(1994), King Lear (1993), Othello(1997).Toen het gezelschap in 1999 omwille van restauratiewerken de schouwburg moest verlaten, vond het een onderkomen in een voormalige brouwerij, omgedoopt tot "De Bottelarij". Die ruimte inspireerde Franz Marijnen tot een ander, minder klassiek repertoire. Na twee seizoenen in De Bottelarij besloot Franz Marijnen de fakkel door te geven aan een jonge generatie. Na een periode van rust gaat Franz Marijnen opnieuw aan de slag als free-lance regisseur. Zo kwam hij in contact met het Nationale Toneel, waar hij inmiddels al vele bijzondere en sterke voorstellingen op zijn naam heeft staan. Zo begon hij met Carryl Churchills Far Away en regisseerde hij de monsterproductie Cyrano de Bergerac van Edmond Rostand met Stefan de Walle in de titelrol. Het afgelopen seizoen maakte hij indruk met Pier Paolo Pasolini P.P.P. (2010) en opnieuw met de succesvolle reprise van Glenn Gould.

Van de hand van Erwin Jans verscheen bij het Vlaams Theater Instituut in Brussel een boekje over Franz Marijnen in de reeks 'Portretten van Podiumkunstenaars'.