Evert de Jager

Algemeen directeur van het Nationale Toneel

portret_evertOp zijn achtste weet Evert de Jager (1955 - 2010) al dat hij het theater in wil. Vader speelt amateurtoneel en neemt zijn zoon regelmatig mee naar repetities. De Jager raakt gefascineerd door het spel met de werkelijkheid dat zich op het toneel voltrekt. Met steeds grotere regelmaat bezoekt hij toneelvoorstellingen in zijn woonplaats Amersfoort. Als zestienjarige schrijft hij zich in voor het toelatingsexamen van de Theaterschool. De Jager komt door de auditierondes heen, maar mag niet beginnen aan de opleiding omdat hij nog minderjarig is. Hij wacht twee jaar en wordt op zijn achttiende aangenomen op de Toneelschool in Maastricht. In 1977 behaalt hij zijn acteursdiploma.

De beginperiode na de toneelschool brengt hij door bij de Haagse Comedie. Hij speelt onder andere met Guido de Moor in Coriolanus van William Shakespeare en zet met enkele geestverwanten, zoals (toen nog acteur) Johan Simons, binnen het gezelschap een geëngageerd wijkproject op. Na een jaar besluit hij dat hij bij de Haagse Comedie niet op zijn plek zit en neemt ontslag.

Kort daarop schrijft hij zijn eerste theatertekst. Het stuk trekt de aandacht van dramaturg Karst Woudstra, indertijd werkzaam bij FACT, die hem op het hart drukt nooit op te houden met schrijven. Woudstra biedt hem een rol aan bij FACT en brengt De Jager in contact met Franz Marijnen van het RO theater. Die vraagt hem bij zijn gezelschap.

Voordat hij bij het RO theater begint tourt hij eerst nog een jaar met de experimentele voorstelling Perfidia van Studio Scarabee door de Verenigde Staten. De voorstelling is een daverend succes. Ondanks een aantrekkelijk filmaanbod besluit hij terug te keren naar Nederland, waar het RO theater en zijn geliefde op hem wachten.

Dat is een keuze waar hij geen spijt van heeft. Marijnen blijkt in zijn bloeiperiode een bijzonder veeleisende, uitdagende regisseur. Hij zet De Jagers denken over theater op scherp. Er wordt hard en met veel inzet gewerkt en er worden vriendschappen voor het leven gesmeed. De meeste indruk in die tijd maakt gastregisseur Georg Tabori. Tabori test op het toneel de relatie fictie/ werkelijkheid tot in het extreme uit. Dat sluit naadloos aan bij De Jagers fascinatie met de oprechtheid en leugen op het toneel. Tabori is voor hem een belangrijke leermeester. Toch slaat hij diens aanbod om mee te gaan naar Peymann’s Schauspielhaus Bochum in Duitsland af.

De beperkingen van het acteursvak beginnen De Jager parten te spelen en hij besluit zijn werkzaamheden uit te breiden regisseur. Dat blijkt succesvol. Op basis van zijn regiewerk krijgt hij al snel het artistiek leiderschap van de Voorziening in Groningen aangeboden. De Voorziening wordt door De Jager omgedoopt tot het Noord Nederlands Toneel en na overleg met het bestuur besluit hij ook het zakelijke gedeelte op zich te nemen. Daarmee introduceert hij het begrip algemeen directeur in de toneelwereld. De Jager voert een aantal vernieuwingen door, die het denken over theaterbeleid in Nederland ingrijpend zouden veranderen. Zo ontwikkelt hij het Groninger model, het inmiddels alom gangbare systeem om kleinezaal voorstellingen te bekostigen uit grotezaal-inkomsten. Ook gaat hij als eerste serieuze toneelgezelschap in zee met een commercieel verkoopkantoor om zijn voorstellingen aan de man te brengen. En hij zet een nieuw theater op in Groningen voor nieuwe theatermakers: de inmiddels roemruchte Machinefabriek.

In 1999 treedt De Jager toe tot de directie van het Nationale Toneel. Naast de twee artistieke leiders Johan Doesburg en Ger Thijs wordt hij, als algemeen directeur, mede-verantwoordelijk voor het artistieke beleid en eindverantwoordelijk voor het Haagse Gezelschap. Als Ger Thijs vertrekt bestaat de directie alleen nog uit De Jager en Doesburg. Het Nationale Toneel groeit daarna uit tot een grote, toonaangevende speler in het Nederlandse theater. Het gezelschap trekt zich terug uit Theater aan het Spui en speelt vaker in eigen huis. In 2008 wordt onder zijn leiding zelfs een nieuw gebouw geopend. Dit Nationale Toneel Gebouw wordt de thuisbasis van het gezelschap met kantoren, werkplaatsen en maar liefst drie eigen theaterzalen, waar gespeeld en gerepeteerd kan worden.

Het productieve tweemanschap De Jager en Doesburg functioneert succesvol gedurende tien jaar. Er worden records gebroken met vele artistieke prijzen en publieksaantallen van meer dan 100.000 bezoekers per jaar. Totdat Doesburg in 2010 besluit zijn rol als artistiek directeur neer te leggen. Theu Boermans wordt aangetrokken als zijn opvolger. De Jager besluit zich in de nieuwe situatie meer toe te spitsen op het algemene en cultuurpolitieke beleid. Hij neemt zich voor het gezelschap nationaal en internationaal nog steviger op de kaart te zetten.

Helaas heeft hij dat voornemen nooit kunnen verwezenlijken. Op 7 oktober 2010 komt er abrupt een einde aan de succesvolle carrière van De Jager. Tijdens een werkbezoek in Munchen wordt hij in zijn hotelkamer overvallen door een hartstilstand waaraan hij komt te overlijden.

Zijn dood laat een grote leegte achter in het Nederlandse theaterbestel. Juist nu de kunsten politiek onder vuur liggen had een gedreven strateeg als De Jager van grote waarde kunnen zijn voor de culturele sector. Wel laat hij een kerngezond en geïnspireerd gezelschap achter, dat tot ver in de toekomst schatplichtig blijft aan een groot theaterman.

Artikelen n.a.v. het overlijden van Evert de Jager:
Telegraaf

Volkskrant

Algemeen Dagblad